Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for 28 september 2009

Onze Maurice

“Elke dag komt er een kat op het terras. (Ze wou niet mee verhuizen.) Zou je haar eten willen geven, aub? Er staat een groot blik met kattenvoer in de bergplaats achter de keuken.“
Aldus de welkomstbrochure. En inderdaad, diezelfde avond kwam de kat, voorzichtig en schichtig haar kommetje brokjes claimen. Sindsdien komt ze twee tot drie keer daags.
Tot zover dit huisdier. Want “onze Maurice” is van een ander kaliber.

“Kom eens kijken wat hier zit,” zei mijnheer terwijl hij op het terras naar iets groen wees dat op een snijboon leek.
”Eek! Wat is dat?”, zei madame toen ze onderaan die “boon” lange, sprietige poten zag. Bij nader toezien leek het een mini uitgave van een voorhistorisch monster met een kopje dat aan de ET van Steven Spielberg deed denken.
“Ik ben niet zeker, maar ik denk dat het een bidsprinkhaan is,” zei mijnheer.
”Je bent niet zeker? Nou dan zoeken we het even op,” zei madame, startte de laptop en googlede.
Afbeeldingen van bidsprinkhanen bevestigden mijnheers veronderstelling. Het was een bidsprinkhaan.

De bidsprinkhaan of mantis religiosa, wist Google, is een carnivoor en kent zelfs kannibalisme. Ze grijpen alles wat ze fysiek aankunnen.
Madame krulde haar tenen tot ze veilig onder de riem van haar slippers zaten.
Hij voedt zich voornamelijk met insekten, zoals vliegen, motten…
Over menselijke prooien werd niet gerept. Madame ontspande haar tenen.

Urenlang bleef de bidsprinkhaan stil in zijn hoekje zitten. Slechts af en toe wiebelde hij even op zijn poten. Uren later begon hij zachtjes aan de beklimming van het loodrechte raamkozijn. Tergend langzaam, pootje voor pootje, zocht hij een plekje om zich als het ware met zuignapjes tegen te plakken. Madame moedigde hem aan. Ze zong. “Allez Mantis, allez Mantis, allez, allez! Allez Maurice, allez Maurice, allez, allez! »
Sindsdien heette hij Maurice.
’s Anderendaags zat Maurice daar nog. ’s Middags kwam er wat beweging in. Met afgemeten pasjes verplaatste hij zich 20 cm. “Zou hij een prooi gezien hebben?” vroeg madame zich af. “Het wordt toch stilaan tijd dat hij wat achter de kiezen krijgt.” Ze begon hem zowaar als een huisdier te beschouwen. Al voelde ze zich niet geroepen om Maurice een levende vlieg of een mot voor te schotelen. Als hij wou eten moest hij zelf maar voor zijn kost zorgen.
Madame zag een petieterig kevertje lopen.
“Heb je het gezien, Maurice? Daar komt je middagmaal,” zei madame.
Het beestje was nog 1,5 meter van Maurice verwijderd en maakte toen een halve draai rechts. Madame besloot Maurice een handje, of beter gezegd een “voetje” te helpen. Schuifelend dwong ze het kevertje Maurice’s richting uit. Ze zag hoe Maurice roerloos stil en devoot, met gevouwen pootjes zijn gebed voor het eten prevelde. En dan plots schoten zijn voorste poten vooruit. Als een bliksemschicht. Van het kevertje bleef alleen de kop over. Kort daarna zette Maurice, ietwat sneller dan voorheen, koers richting de ligweide.

De dag daarop was Maurice vanwege zijn camouflagekleuren onvindbaar in het groene gras. Maar vandaag is hij terug, “onze Maurice”. Zojuist hees hij zich terug op het terras, waar mijnheer en madame hem glimlachend verwelkomden. 

Advertenties

Read Full Post »