Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for augustus, 2008

Diner bij kaarslicht

Voor wie honger heeft: lees dit niet! Het lekkerbekkengehalte van dit blogje is ongemeen groot. Ja, zelfs op het randje van de culinaire perversie.

 

Wat vooraf ging.

Zowat zes jaar geleden zei mijnheer: “Ik moet met de grote baas drie dagen naar Duitsland, naar een beurs. Ga je mee? Zijn vrouw gaat ook mee. Dan kunnen jullie samen gaan shoppen.” Ietwat aarzelend nam madame de uitnodiging aan. Wat moest ze drie dagen met een onbekende vrouw aanvangen? De vrouw van de directeur dan nog wel. Er mee gaan shoppen? Wat als dat mens een van de beau monde was en bij Versace, Ungaro of Cavalli wilde gaan winkelen? Of zo’n modepop met koketterend dedain voor alles wat gewoontjes is? Dan zouden het voor madame wel eens drie kloterige dagen kunnen worden in plaats van een snoepreisje.

De eerste kennismaking tijdens de rit naar Duitsland verliep hoofdzakelijk beleefd, doch gladjes. Toen brak het gevreesde moment aan. De mannen waren naar de beurs.

“Waar zou jij willen gaan winkelen?” vroeg Sabine, de directeursvrouw.

“Ik… euh… ik koop meestal in de C & A.” zei madame eerlijk, edoch ietwat benepen.

“Jij ook? Ik ook! Jongens, dat is een pak van mijn hart!” riep Sabine.

Ze had blijkbaar met hetzelfde bang hartje naar hun kennismaking uitgekeken.

Diezelfde dag nog werden ze boezemvriendinnen.

Na de drie dagen in Duitsland ontmoetten ze elkaar slechts heel sporadisch. Maar elk weerzien was een feest. Dan klaterden ze als watervallen. Eens in het jaar maakten ze al eens een afspraakje om te gaan shoppen of samen met hun mannen iets te gaan eten. Telkens een heuglijke belevenis.

 

Het was nu twee jaar geleden dat ze er samen nog eens op uitgetrokken waren. Hoog tijd om voor hun viertjes nog eens een gezellig etentje te regelen. Madame mocht de locatie kiezen. Ze glunderde Als zij het voor het kiezen heeft, wordt het een gedenkwaardig etentje, een culinaire explosie waarvan je een jaar lang blijft nasmikkelen. Ze reserveerde in ‘t Hofke van Bazel.

 

Het weer was schitterend. Er werd buiten geserveerd. Een prachtige tuin, ruisende fonteinen, een feestelijke ronde tafel, een zacht muziekje, een licht briesje. Een droomscenario waarin je als aperitief spontaan champagne bestelt. Het klinkt misschien nogal bekakt chic. Maar dat was het helemaal niet. De kelners waren losjes en vriendelijk. De gastvrouw was vrolijk. De stemming was die van God in Frankrijk.

 

Bij de champagne werden amuses-gueulle geserveerd: drie oogstrelende minigerechtjes van een subliem smaakgehalte. Daarna begon de toevoer van het menu dat de gastvrouw geanimeerd voorgesteld had.

 

WAARSCHUWING!

Het lezen van onderstaand menu kan abondante speekselafscheiding teweegbrengen of de productie van ongeconditioneerd kwijl veroorzaken, met zeveroverlast en inundatie van onderliggende gebieden tot gevolg. Teergevoeligen nemen best een zakdoek of een dweil bij de hand.

 

***Ballantine van ganzenlever met structuren van appel en oester, schuim van gin-tonic en croque

met ganzenlever en Iberico-ham

 

***Yellow-fin tonijn ‘alla plancha’, kruim van kappertjes, eidooierzwam, Franse sjalot in kerrietempura,

jus met citroentijm

 

***Sorbet van bosbessen met pompelmoes in z’n gelei, eau-de-vie de myrtilles

 

***Op lage temperatuur gegaard lams met crunch van mosterd en groene kruiden, ziltige groenten,

lamsjus met zwarte olijven  en gekonfijte citroen

 

***Proeverij van ambachtelijk gerijpte hoevekazen met begeleidende garnituren

 

***Soepje van Champagne met rood fruit en munt, roomijs met rozemarijn

 

Op de ballantine van ganzenlever stak een groen blaadje. Een onbekend groen blaadje. “Dat is wakamé”, zei de gastvrouw, “het is een zeewier en komt van de Ierse kusten. Het smaakt naar oesters. Proef maar eens.”

Dat moest ze geen twee keer zeggen. Madame stak prompt het blaadje in haar mond

 “Sapperloot!” zei ze, “we moeten geen oesters meer open krikken. We eten zo’n blaadje op en we hebben de volle smaak van sappige, zilte oester.”

Het was een verrassende openbaring.

 

Aangepaste wijnen werden vlotjes bijgevuld en liepen goed binnen. De gesprekken werden nog geanimeerder. Om 19u30 waren ze aan tafel gegaan, om 02.00 uur (of hoorde niet goed?) stapten ze op. De heerlijke reünie zat er op. Het was een culinair hoogtepunt om nooit te vergeten. 

Read Full Post »

Trage computer

Hoe ze het geflikt had, weet ze nog steeds niet. Waarschijnlijk met een vermoeid (of beneveld?) brein een of ander onontbeerlijk bestand gewist. Hoe dan ook, de laatste tijd kwamen de internetpagina’s niet meer binnen gevlogen. Ze sukkelden binnen. Kreupel en kreunend, zoals in de computeroertijd toen madame tijdens het laden van één enkele internetpagina een heel Humo-artikel kon lezen. Ergerlijk! Irritant! Hemeltergend! Om de muren van op te lopen! Omdat ze dat laatste zeker niet wil doen – ze zijn nu proper – trok ze de operatiehandschoenen aan, nam de scalpel en zette zich schrap voor een langdurige computeroperatie. Ze wist alleen niet goed hoe ze er moest aan beginnen. Waar zat die tumor?

 

Trage computer, traag internet en de Engelse vertaling ervan geeft duizenden Google-resultaten. Alsof de halve wereld een lamzak van een computer heeft. Maar madame beet door. Ze las ettelijke fora, de meesten bulkend van computerjargon, die ze na een korte poging tot enig begrip met een schaapachtig dom-blond-gevoel weg klikte. Van die geek-reutemeteut bleef wel wat hangen. Spybotscan, virusscan, Adaware scan, speedscan. Het was scannen in alle maten en gewichten. Dat deed madame dan ook. Uren aan een stuk. Het hielp geen kl….

 

Microsoft. Misschien weet Microsoft raad?
Ooit naar de Microsoft help pagina’s gesurft? Het is een labyrint van links, error nummers, moeilijke vragen en IT-koeterwaals. Bedenk daarbij dat madame zich in die doolhof begaf met een ziekelijk slome computer en je hebt enig idee hoeveel tijd het kostte. Ze wou het bijna opgeven toen ze in haar rechter ooghoek een titeltje zag staan: “Get Internet Explorer 7… faster… better…”  Haar hersenen, die na alle vorige inspanningen als een plumpuddinkje in mekaar gestort waren, herrezen. Alleen Internet Explorer werkte traag, voor de rest deed haar computer het nog prima. Faster, better internet! Dat was wat ze nodig had! Ze downloadde Explorer 7 en het wonder geschiedde. De internetpagina’s rolden weer binnen als formule eentjes.  

 

Eureka? Nóg niet. Het instellen van Google als startpagina – nochtans een eenvoudige klus – wilde niet lukken. Een verouderde msn-pagina bleef zich hardnekkig als startpagina manifesteren. Alles geprobeerd: via Internetinstellingen, met de Tools van Explorer 7, met het pijltje naast het homepagehuisje. Nul de botten. Hoewel die msn-pagina uiteindelijk nergens meer vermeld stond, bleef ze als beginpagina opduiken. Een Bill-Gates-hokus-pokus, die na nog eens lang zoeken uiteindelijk “eenvoudig” als volgt kon opgelost worden.
Ga naar “start”
ga naar “All programs”
ga naar” Accessories”
ga naar “System Tools”
klik op “Internet Explorer (not add ons)”
Daarna via de gewone procedure (internetinstellingen) Google als homepage aanduiden, et voilà het werkte.
Waarom maken die Microsoftkornuiten toch alles zo eenvoudig, hè?   

Read Full Post »

Madame Javel

Sedert die Bretoen drie witte vlekken op de gevel toverde (zie blog dd. 20 aug), is madame kregelig. Jaren lang aanvaardde ze dat de gevels en de oprit vuil waren. Het was een voldongen en bemost feit. Het viel haast niet meer op. Maar nu bezwaarden die Bretoense vlekken haar geweten. Het waren verwijtende, witogende blikken die zeiden: “aketuut, vies”.

Ze kocht vijfentwintig liter bleekwater, impregneerde muren en oprit, schuurde en schrobde. Zes uur lang verrichtte ze intensief beulswerk. Een regelrechte aanslag of haar ongetrainde lijf. Toen gaf haar ondermaatse fysiek het op. Met de poten omhoog evalueerde ze haar prestatie van vandaag. 1/3 van de totale poetsbeurt is verricht. De rest is voor later. Volgens de huidige rigor mortisachtigheid van haar spieren, voor veel later. Eén ding heeft ze echter bereikt. De Bretoense vlekken zijn weggewerkt. Die kunnen haar al niet meer opjutten. Maar nu ligt er weer wel een halve oprit te mopperen over zijn vuile wederhelft…

Read Full Post »

Blogmeeting

Met enige vertraging een impressie van de blogmeeting chez Chelone van vorige zaterdag.

Een blogbijeenkomst wordt wel afgedaan als een “meeting”, doch in werkelijkheid is het telkens (cfr. blogmeeting chez Zapnimf) een Bourgondische happening. Menck had deze keer voor ketels sangria gezorgd. De gastvrouw presenteerde een skala aan frisdranken en edel vocht. Omdat ieder voor een hapje zorgde en meende een huurlingenleger te moeten bevoorraden, was de buffettafel een hoorn des overvloeds.

Het moest een tuinfeest worden. Logisch, want – het is al zo vaak gezegd, maar het mag honderd keer herhaald worden – de tuin van Chelone is een aards paradijs. Het is er heerlijk vertoeven. In het begin niet zozeer. Ergens had iemand een regendans uitgevoerd. Cha’k, de regengod, loosde zijn pispotten. Er zat niets anders op dan dicht bij mekaar onder die ene parasol te kruipen. Voor de ruggen die net niet onder de parasol konden werden paraplus bijgehaald. Maar bloggers zijn optimistische ‘die hards’. Het was een bui en die zou wel overgaan, zeiden ze. Na een uur haalde hun positivisme het versus de regendansers. De zon kwam er door en het heeft geen drup meer geregend. Al zou dat inmiddels geen ramp geweest zijn. Cousine was een grote partytent gaan halen. Dat ding was op een wip opgesteld. Mocht het nog regenen konden alle bloggers droog verder keuvelen. Met “droog” wordt dan wel hun uitgewanden bedoeld. De ingewanden van de meeste bloggers zijn laveloos gelaafd geweest – waarbij madame niet vrijuit gaat.

Was het kennismaken? Eigenlijk niet. Bloggers geven in hun schrijfsels min of meer hun persoonlijk bloot. De persoonlijkheden (die madame nog niet kende) kregen nu wel een gezicht. Wat in wezen niet veel uitmaakt. Hoe iemand er uit ziet, is immers niet belangrijk. Het zijn de persoontjes die interessant zijn. De gesprekken waren dan ook stuk voor stuk boeiend en/of amusant. Madame voelde zich prima in het gezelschap. Het was genieten, zowel van de intellectuele bagage als van de kwinkslagen.

Tot slot nog een woordje aan gastvrouw Chelone en aan te dier gelegenheid haar rechterhand Menck. Chapeau voor alles! Jullie zijn er met grootste onderscheiding in geslaagd om gezelligheid troef te maken. Vijfentwintig mensen ontvangen  – sorry als dit getal lichtjes de waarheid geweld aan doet, madame is archi-slecht in wiskunde  – vergt organisatietalent. Jullie hebben de bijeenkomst feilloos geregistreerd. Mijnheer en madame hebben een supergezellige dag beleefd. Waarvoor dank.

Read Full Post »

Wie gaat graag zitten aanschuiven bij de ziekenkas? Madame zeker niet. Gelukkig valt het niet vaak voor dat ze er moet zijn. Vandaag ging ze wel geduldig in het rijtje zitten wachten. Voor de pillen die mijnheer helpen stoppen met roken is een nieuwe reglementering uitgevaardigd. Voor een “bigpack” doet de ziekenkas, mits voorschrift van de dokter, een flinke duit in het zakje. Mooi meegenomen, maar je moet er wel bij de ziekenkas geduldig op je beurt zitten wachten en dan te horen krijgen dat het formulier voor de korting binnen 1 tot 3 (!!)! weken in de brievenbus zal liggen.
Madame kon haar verbaasdheid niet onderdrukken.
“Drie weken?!? En dat in de tijd van computers en vereenvoudigde administratie?”
De juffrouw glimlachte en zei: “Meestal gaat het vlugger, hoor.”
Ze had een zalvende glimlach.
Madame’s wrevel verdween als sneeuw voor de zon.
Zo’n glimlach verdient opslag.

 

Tegelijkertijd had madame de brief meegenomen, die ze ontving toen ze 64 jaar werd. Het was een uitnodiging om bij de ziekenkas een mediabox te gaan afhalen.
“Proficiat met uw pensioen! Met een mediobox wil de ziekenkas het nog leuker maken.”
Madame’s nieuwsgierigheid was toen wel geprikkeld. Maar ze betwijfelde sterk dat zo’n box –- wat dat ook mocht zijn – het “nog” leuker zou maken. Op pensioenleeftijd zijn vindt ze helemaal niet leuk. Waarom gaan aanschuiven voor iets dat bij voorbaat zijn doel mist? Het “en passant” ophalen lag natuurlijk anders.

 “Ah! Madame komt voor de mediobox. Da’s leuk”, twinkelden de oogjes van de juffrouw met de zalvende glimlach.
Dat meisje verdient echt opslag.
Ze kwam terug met een grote doos. Het deed madame denken aan een Prenatal box.
“Bij de geboorte van mijn dochters heb ik zo ook eens een box gekregen. Ik veronderstel dat er nu geen Pampers in zitten, maar incontinentieluiers?” zei madame.
“Nee, nee,” zei de onderbetaalde juffrouw, “er zitten leuke dingen in.”

 

Net zoals met de Prenatalbox was het merendeel reclame. Een bont allegaartje dat hoofdzakelijk “rijkelijk genieten” promoot. Naar de cinema gaan, Bobbejaanland bezoeken, een Mercedes kopen, een BMW moto kopen, bier drinken, een GPS kopen, op restaurant gaan, een digitale TV aanschaffen, een auto huren in het buitenland, naar de dansschool gaan, etc. Alsof gepensioneerd zijn synoniem is aan: het geld komt nu vanzelf binnen, laat het maar rollen. Een doorsnee gepensioneerde kan zich slechts weinig van de aangeboden geneugtes veroorloven.
Maar de juffrouw van de ziekenkas… als zij opslag krijgt…

Read Full Post »

Wit-zwart

Mijnheer zei “non”. De zwartwerkende Bretoen moest de gevels niet komen witten. En gelijk heeft hij. Het vuil verwijderen volstaat namelijk niet. De gevel heeft een volledige face-lift nodig. Wat niet wil zeggen dat een poetsbeurt wel eens deugd zou doen. Maar daarover dadelijk meer. Eerst nog een woordje over die bruingeblakerde Bretoen.

Van Bretagne naar hier komen om gevels op te kalefateren, geef toe, het is verdacht. En als madame iets verdacht vindt, speelt ze internetdetective. De man had een flyer achtergelaten, met familienaam (geen voornaam), adres, telefoonnummer en het nummer van zijn Frans handelsregister. Alle gegevens dus om eens uit te zoeken of het all dan niet een louche zaakje is. Na twee surfen had madame deze gegevens verzameld:
1)       hij woont niet op het opgegeven adres. Op het adres dat op zijn flyer staat, is een commercieel secretariaat gevestigd.
2)       Hij is ingeschreven in het handelsregister met als bedrijfstak: non-food kleinhandel op markten.
3)       In het handelsregister staat hij genoteerd als SDF (sans domicile fixe = zonder vaste woonplaats). Een zigeuner?
Niet echt de man aan wie je de gevels van je huis toevertrouwt dus.

Hij had gisteren op drie plaatsen de muur betoverend wit gemaakt. Bewust natuurlijk. Want zo’n drie verblindend witte vlekken op een vuile gevel vallen op. Het zijn drie berispende vlekken: “Laat die gevel poetsen, vuil madame!”
“Of doe het zelf,” dacht madame.
Eerst probeerde ze allerhande huismiddeltjes uit: Dreft, bruine zeep, azijn, zout, kokend water. ’t Was boter aan de galg. De algen waren vreselijk resistent. Uiteindelijk haalde ze de hogedrukreiniger boven. Dat ging ook moeizaam. Maar centimeter per centimeter begon de muur toch een beetje op het wit van de Bretoen te lijken.
Toen kwam buurman kijken.
“Javel, madame,” zei hij,  “industriële javel. Dat helpt. Wacht! Ik heb nog een bus staan.”
Hij haalde een bidon met sterk ruikende chloor en raadde madame aan om de muur er mee te besproeien, even te laten intrekken en dan met de hogedrukreiniger af te spuiten.

 

Buurman had gelijk. Met dat product hoefde ze niet iedere steen te schrobben. Toch was het hard labeur. Na een uur of vijf kliederen – madame was nat tot op de huid – lachte 3/4 gevel haar helderwit toe. Twee van de Bretoense witte vlekken waren nog nauwelijks zichtbaar. Nummer drie is voor een andere dag. Madame is teutop.    

Read Full Post »

Mos

Er belde iemand aan de deur. Madame verwachtte niemand. Het zou dus wel weer wel een deur aan deur verkoper zijn.
De beller was een onbekende man met een zonnig kleurtje.
“Zie je wel,” dacht madame, “een leurder. Zal snel afgewimpeld zijn.”
“Excusez-moi, madame…”
Hij sprak Frans. Dat ook nog. “Nu zal het zeker rap gedaan zijn,” dacht madame.
Die gedachte had de tijd niet om te vervliegen. De man stak fast forward een Franse oremus af, met op het einde: “vous comprenez un tout petit peu de français, madame?” Bij ‘”petit peu” zette hij zijn duim en wijsvinger op een futiele afstand van mekaar. Als dat de maat van zijn flurk was, was er met die gast niet veel aan te vangen. Maar kom, ze gaf hem de kans om te zeggen waar hij voor kwam en zei dat ze wel wat Frans sprak.
Er vlood een zuchtje van verlichting tussen zijn lippen en hij stak weer van wal met een uitleg die ratelde als een machinegeweer. Maar madame had het begrepen. Het merendeel toch. 

Hij kwam van Bretagne. Het was hem opgevallen dat de gevel van het huis groen uitgeslagen was. Hij had een gratis staal bij van een product om er terug een helderwitte gevel van te maken.  

Madame lachte in haar vuistje. Enkele jaren geleden was ze een deel van de gevel als een Assepoester te lijf gegaan met bruine zeep, Dreft, bleekwater en hoge drukreiniger. De gevel zag er toen al wat frisser uit, maar het mos dat hier groeit is uiterst resistent. En nu zou die kerel eens komen vertellen dat hij er iets kon aan doen. Nu, met een gratis staal had madame niets te verliezen.
“Un échantillon m’intéresse” zei ze.

De Bretoen liep naar zijn bestelwagen en kwam terug met een sproeier. Zo’n pompsproeier om onkruid te verdelgen. Hij vroeg of hij “daar” een demonstratie mocht geven en wees naar een muurtje met weinig algengroen. “Probeer het daar maar, “ zei madame en duidde op een grasgroen muurtje (dat wit hoorde te zijn).
Hij besproeide zo’n halve vierkante meter van het muurtje. Het stonk naar dissolvent met een vage dennengeur.
“Het zou me verbazen dat hij dat proper krijgt,” dacht madame, “ik heb er me ooit te pletter aan gezwoegd en het resultaat was pover.”
Dat gedacht zijnde, keek ze naar het muurtje en schrok zich een bult. Het was wit! Spierwit! Hagelwit! Nagelnieuw! Alsof Mary Poppins er supercalifragelisticexpihalidicious tegen gezegd had. Madame geloofde haar eigen ogen niet. 

De Bretoen behandelde nog enkele stukken van de muur en telkens kwam de oorspronkelijk sneeuwwitte verf te voorschijn. Hij wou een voordelige offerte maken voor de volledige behandeling van het huis. (Ja, ja. Dat zeggen ze allemaal.)
“Sorry, maar ik heb wat dat betreft niks in de pap te brokken. Mijnheer is hier de baas.” Met die gegevens moest de Bretoen de aftocht blazen. Maar hij was wel zo slim om zijn gegevens achter te laten.

Read Full Post »

Older Posts »