Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for maart, 2008

Hoogblond

hoogblond.jpgDe batterij van madame’s auto was plat. Het beestje had waarschijnlijk te lang vakantie gehad. En wie kon de klus klaren? Mijnheer! Want madame heeft wel een lidmaatschap voor pech op de weg, maar wat baat het als je de motorkap IN de auto moet openen en de deuren, die gevoed worden door de autobatterij, niet meer open gaan. Zo redeneerde madame alleszins. Hoogblonde redenering, zo bleek.  Want mijnheer stak op oeroude manier de sleutel in het slot. En kijk! De deur ging open! 

Nog even. Waarschijnlijk nog een maand of zes en dan zijn madame’s blonde haren helemaal uitgegroeid. Dan is ze niet meer dom blond maar (hopelijk) wijs grijs.  

Advertenties

Read Full Post »

Bronchitis

aaaa.jpgMadame was in lamentabele conditie van Sevilla teruggekomen. Rode piepoogjes met kwabben onder, een blafhoest die uit de diepste schachten van haar longen kwam, een neus die aan de lopende band snottebellen produceerde. Ach, een verkoudheid verdwijnt wel vanzelf, dacht ze en onderging haar toestand. Tot dinsdagmorgen een straffe Pattex-pus haar ogen dicht plakte en ze moest wrikken om ze open te krijgen. Toen was het welletjes geweest.

“Dat is wat wij noemen een acute bronchitis plus een ontsteking van de slijmvliezen”,  zei de dokter, “ik ga je antibiotica voorschrijven.”

“Antibiotica!” exclameerde madame, “Volgens de reclamespotjes helpt bij antibiotica bij griep geen fluit.”

Toen sprak de dokter, rustig docerend als een wijze uil.

“Een bronchitis heeft gemiddeld zes weken nodig om op natuurlijke wijze te genezen. Gemiddeld. Dat wil zeggen: sommigen doen er vier weken over, anderen acht weken. Met antibiotica vergt het slechts drie dagen. Is het geen zonde om zes weken van je leven te verspillen aan ziek zijn? Trouwens, volgens recente studies is doelmatig gebruik van antibiotica bij bronchitis wel rationeel. Ik kan je de studies laten zien.”  

Inmiddels heeft madame vier dagen antibiotica slikken achter de rug en voelt ze zich zo gezond als een visje in proper water.

Read Full Post »

Sevilla (the end)

Na vier dagen stappen in Sevilla werd het hoog tijd om het écht wat kalmer aan te doen. Mijnheer en madame kochten een busticket en lieten zich prinsheerlijk naar Huelva voeren. De autobussen in Spanje zijn heel comfortabel. ’t Zijn eerder touringbussen. Zonder stoppen rijden ze van vertrekbasis naar aankomstbasis. En ze zijn nog goedkoop ook.

Huelva is een provincie- en havenstad op zowat 90 km van Sevilla. Het wordt weinig bezocht door toeristen – waarschijnlijk omdat er geen regelrecht strand is. Huelva ligt in een delta. Grote lagunes en moerassen versperren de toegang naar zee. Mijnheer en madame waren niet in de stad geïnteresseerd. Ze namen een taxi en lieten zich 10 km buiten de stad afzetten, in La Ràbida.

Het klooster van La Ràbida

la-rabida-klooster.jpgIn the middle of nowhere ligt het Franciscanerklooster van La Ràbida, waar Columbus ooit 7 jaar gewoond heeft. De paters luisterden er destijds naar zijn vermetele plannen om via het Westen India te bereiken.  Ze geloofden zijn verhalen en zorgden er voor dat Colombus aan het hof bij Albrecht en Isabella ontvangen werd. Naast museumstukken van Colombus met o.a. zijn oorspronkelijke geschriften, kistjes kloosterrefter.jpgzand van bodem die hij betreden heeft, was het interieur van het klooster aardig om zien. Streng, kil en toch luchtig opgefleurd met lieflijke patio’s. Het klooster is tevens omgeven door een botanische tuin met exotische bloemen. Maar daar hadden mijnheer en madame’s benen geen zin in. Er was trouwens nog wat te bezoeken in de buurt.

Replica’s van Colombus’ schepen

caraveles.jpgNiet ver van het klooster vandaan, grof geschat slechts 300 meter verder en 50m dieper, lag Muelle de las Carabelas, een interessante expositie over Colombus. Reconstructies van de drie karvelen van Colombus – de Pinta, de Santa Maria (die verging) en de Niña – liggen er te water en kunnen bezocht worden. Levensechte beelden geven het leven aan boord weer, o.a. een kok met zijn kippen en voorraad gedroogd vlees, een matroos die in de mast hangt enz. Leuk en leerrijk tegelijk.

koloniale-stalletjes.jpgRond het meertje met de boten is een wandelparcours met reconstructies van indianenhuisjes, oerwoudfauna en –flora, een koloniaal dorpje mét bar. En daar, beste bloglezers, hebben mijnheer en madame een frisse Sangria gedronken op jullie gezondheid. Omdat de honger stilaan begon te knorren, bestelden ze tegelijk brood met ham. Het was de lekkerste Serano ham die ze ooit gegeten hadden. Daarom bestelden ze nog een tweede portie. Het museum aldaar was ook heel interessant. Je kon er de kostuums van de zeelui uit Colombus tijd bewonderen (amai, die mannen moeten in Zuid Amerika nogal gezweet hebben), een atlas door Colombus himself getekend, oud scheepsmateriaal enz.

Terug naar Huelva

lagune.jpgNa een lang bezoek aan Muelle de las Carabelas stonden ze daar, midden in een desolaat gebied. Een natuurgebied zo bleek. Door de zon gebleekte informatieborden gaven aan welke vogels in de lagunes huisden. De vogeltjes lieten zich echter niet zien. Ze hielden waarschijnlijk hun siësta, ver weg van het expositiegebouw. Heinde en verre was geen kat te bespeuren, laat staan een taxi. Hoe geraakten ze nu terug in Huelva? De GSM? Wat ben je met een GSM als je het nummer van de taximaatschappij niet kent. Gelukkig stond er een bord met bewegwijzering. Er stond een restaurant op aangegeven, op een boogscheut van de Colombus expositie. En inderdaad, in de verte, tussen het groen der bomen, ontwaarden ze een wit gebouw. Tot mijnheer en madame’s verbazing zat het restaurant afgeladen vol. Allemaal Spanjaarden die er hun tapa’s kwamen nuttigen. Als ze voor hun namiddaghapje naar dit afgelegen oord kwamen afgezakt, moet het daar heel lekker geweest zijn. Mijnheer en madame bestelden een drink en vroegen de kelner of hij voor hen een taxi wou bellen. Si si, no problema. Dat kwam in een wip in orde. Eerst taxi, daarna autobus en mijnheer en madame arriveerden weer goed en wel in Sevilla.

De Gualdaquivir

roeien.jpgVanuit hun hotelkamer hadden mijnheer en madame uitzicht op de Gualdaquivir rivier. Een brede, 600 km. lange rivier die in Cadiz in Atlantische Oceaan uitmondt. Gewoon uit het raam kijken had dus ook zijn charme. Overdag zagen ze er de toeristenboot passeren. In de vroege avond werd het pas echt leuk. Dan werd er geroeid op de rivier. Allerhande boten passeerden de revue: skiffs, sloepen, peddels, regatta’s met of zonder stuurman, kajaks. Goed voor uren turen. Mijnheer had gehoopt dat er ook andere vaartuigen zouden te zien zijn. Maar de Gualdaquivir had in Sevilla vermoedelijk niet voldoende dieptegang voor volwaardige schepen.

Adios Sevilla!

Na bovenstaande belevenissen hadden mijnheer en madame nog een vakantiedag op overschot. Normaliter zouden ze die ook nog met toeristische bezoekjes gevuld hebben. Maar ze hadden de eerste twee dagen te veel van jet gegeven. Ze hadden de voornaamste bezienswaardigheden gezien. Toch slenterden ze nog eens richting kathedraal en de “vreetstraatjes” (= Spaanse rue des Bouchers). Ze smulden nog churros met chocolade. Toen zeiden de benen in niet mis te verstaan Spaans: basta! Met een etentje op een terrasje in de vreetstraat sloten ze hun vakantie in Sevilla af. “Adios Sevilla!” zeiden ze toen ’s anderendaags ’s morgens hun vliegtuig met twee uur vertraging de lucht in ging, “Adios! Het was ons zeer aangenaam!”

Read Full Post »

Sevilla (4)

overdekte-markt.jpgGeloof het of niet, ze déden het kalmer aan die dag. Madame kocht een paar schoenen (’t Was soldentijd in Sevilla, Micheleeuw. J).  Als de voeten moe gelopen zijn is immers het beste moment om gemakkelijke schoenen te kopen.  Madame’s voetjes nestelden zich meteen in het zachte leder. Zalig! Ze bezochten de oudste open markt van Sevilla, waar voornamelijk vis, vlees en fruit verkocht werd. Een kleurrijke bedoening. Daarna zakten ze af naar de wekelijkse rommelmarkt.

rommelmarkt.jpgWaar ook ter wereld, een rommelmarkt bezoeken is voor mijnheer en madame altijd een beetje kermis. Ongelooflijk wat op dergelijke markten aangeboden wordt. Sevilla spande qua oude en versleten spullen de kroon. Gebruikte pispotten, afgedragen schoenen, keyboards uit de computeroertijd, verroeste vijzen en boren … Er waren ook nettere dingetjes te koop. Maar grosso modo lagen de trottoirs geplaveid – er werd op de grond uitgestald – met brol van het stort. Toch was er veel belangstelling. Je kon er over de koppen lopen. 

In Sevilla leven nog veel mensen op de rand van de armoede. Onder de brug die mijnheer en madame dagelijks moesten oversteken, sliep een zigeunergezin. Met een winkelkarretje trokken ze dagelijks en om beurten op zoek naar bruikbaar materiaal. Waarschijnlijk vergaarden ze ook spullen die ze op de wekelijkse rommelmarkt konden verzilveren. De politie, die dagelijks de boorden van de Gualdaquivir rivier inspecteerde, liet betijen. 

Onder de verkopers op de rommelmarkt waren veel kleurrijke figuren, o.a. karakterkoppen met lange baarden, diepe rimpels, lederen huid, felle ogen. Ze waren getekend door het leven, toch straalden ze een zekere fierheid uit. Een trotse fierheid die trouwens alle Sevillianen over zich hebben. 

solarium.jpgEn nu komt het! Na het bezoek aan de markt installeerden mijnheer en madame zich in het solarium op het dak van hun hotel. De glazen omheining hield de wind tegen. Het was er zalig in het zonnetje. Ze lazen en puzzelden er tot de avond viel. Eindelijk kregen hun voeten en benen rust. Zalige, luilekkere rust. 

(wordt vervolgd)

Read Full Post »

Sevilla (3)

Er waren twee bezienswaardigheden gepland voor die dag. “Slechts” twee, want ze gingen het toch kalmer aan doen! De ironie wilde evenwel dat beide bezienswaardigheden een boogscheut verder lagen dan het Alcazar dat ze de dag voordien bezocht hadden. Ze aanschouwden dus ten tweede male dezelfde omgeving. Toch was het nog boeiend. Alleen de voetjes vonden het minder leuk.

Plaza Españ  

Madame is geen goede kaartlezer. Mijnheer daarentegen… Madame gaat op haar intuïtie voort. Niet altijd een betrouwbare wegwijzer. Toen ze: “hier rechts” zei en mijnheer “nee, hier links” volgde ze gedwee de gids van dienst, zij het ietwat ongelovig. Met een blokje om van zowat 1 km, bereikten ze de Plaza España. Hadden ze madame’s intuïtie gevolgd, was het slechts 200 m stappen geweest. Maar madame geeft toe, intuïtie is geen exacte wetenschap.

  

plaza-de-espana.jpgAankomen aan de Plaza España was een waw-moment. Het is een halvemaanvormig plein van zo’n 200m. doorsnee, een reusachtige fontein in het midden en op de achtergrond paleisachtige gebouwen met luchtige gaanderijen en lieflijke bruggetjes. Het geheel straalt romantiek uit. Madame was bijzonder gecharmeerd door de boogbruggetjes. Samen even wegdromen boven op zo’n bruggetje, met ogenschijnlijke Delfts blauwe keramische pilaartjes (in werkelijkheid Spaans blauwe keramiek), was voor haar romantiek ten top.

plazaespanabancos.jpgMijnheer was dan weer danig geïnteresseerd in de 52 zitbanken, onderaan de gebouwen. Elke bank stelde, met fresco’s van Spaans blauwe tegeltjes, een Spaanse provincie voor. Ze waren niet alleen mooi, die bankjes. Ze kwamen ook goed van pas om eens uit te blazen.

  

Park Maria Louisa

Zo’n tien jaar geleden hadden madame en Draakje zich eens per koets door het Park Maria Louisa laten rijden. Een welgekomen verfrissing op die broeiend hete julidag. Madame herinnerde zich het park nog als uitzonderlijk prachtig. Een wandeling met mijnheer door het park mocht dus niet ontbreken. Het verhoopt genieten bleef evenwel uit. Ten eerste: het park was nog niet helemaal ontwaakt uit zijn winterslaap. Slijmerige vijvers, ingedommelde fonteinen, geen uitbundig bloeiende bloemen. Het bekoorde niet echt. Ten tweede: ze waren te moe om door een park te kuieren. Their kingdom for a bed. Mijnheer de gids stippelde de kortste weg naar het hotel uit. Alhoewel de route voor een groot deel uit onbekend terrein bestond, kreeg madame onderweg een déjà vu moment. Dat groots gebouw… was dat niet Hotel Alfonso XIII?  Dat hotel stond op madame’s “te bezoeken” lijstje. Ze had er foto’s van gezien op het internet.

  

Hotel Alfonso XIII

alfonso.jpgVoor de ingang van het hotel stonden twee stijf uitgedoste wachters. Madame vroeg hen beleefd of ze binnen een koffietje konden gaan drinken. Ze stuurden mijnheer en madame via een zij-ingang: ginder de trapjes op, eerste deur links, gang doorlopen, daarna rechts afdraaien. De kiekens! Via de hoofdingang gewoon rechtdoor en ze waren ook op die patio uitgekomen. Hotel Alfonso XIII staat te boek als het chicste hotel van Sevilla. Koffie drinken doe je er met een elegant omhoog gestoken pink. De individueel verpakte praline die bij de koffie geserveerd wordt, snoep je er met een gedistingeerd pruimenmondje op. Te veel chi-chi naar mijnheer en madame’s smaak. Een glimp opvangen van de pompeuze grandeur was echter mooi meegenomen.  

Uit eten

champignons.jpgNa twee uur platte rust in het hotel knorden de magen. Mijnheer en madame bonden hun schoeisel weer aan en gingen op zoek naar een dicht bijzijnd restaurantje. Toch was het alweer zowat 800m lopen voor ze een eetgelegenheid gevonden hadden. Omdat ze de dagen voordien aldoor (lekkere) vis gegeten hadden, waagden ze zich schelpen.jpgeens aan de Andalusische specialiteiten. Mijnheer vroeg gevulde champignons met gegrilde kaas, madame koos voor “concha’s de Jerez” wat dat ook mocht wezen. Ze keken allebei de ogen uit toen hun plats geserveerd werden. Op mijnheers bord lagen vier kindervuistgrote champignons. Madame kreeg een bord waarin zeeschelpjes rammelden. Hoewel een erg ongewoon menu, mijnheer en madame smikkelden. Over de Andalusische keuken niets dan goeds.

Voor de zoveelste keer strompelden ze over de brug van de Guadaquivir rivier. Hun hotel lag namelijk net over die brug. Morgen zouden ze het beslist kalmer aan doen, zeiden ze…  

(wordt vervolgd)

Read Full Post »

Sevilla (2)

Op dag 2 trokken ze hun toeristische schoenen aan. Mijnheer zijn stevige stapschoenen. Madame een paar flink uitgezette en bijna versleten zomerschoenen. Het was ongeveer twee kilometer lopen tot de geplande bezienswaardigheden van de dag.

De kathedraal met de Giralda

kathedraal.jpgAl had madame op het internet veel plaatjes gezien van de kathedraal van Sevilla, de aanblik was overweldigend. Nu ja, de aanblik… Je moest veel aanblikken aan mekaar plakken om het imposante gebouw te vatten. Totale oppervlakte van het bouwwerk: 14.500 m2. Dat is bijna 3 keer de oppervlakte van de kathedraal van Antwerpen. En wat een prachtig gebeiteld kantkloswerk! Wafeltjes, rozetten, kantelen, torentjes, beelden, ruikers… De hele kerk was een kunstig prentenboek van ranke, rijzige, flamboyante gotiek. Binnen in de kathedraal zijn mijnheer en madame niet geweest. Ze zouden het op de laatste dag wel gedaan hebben, maar de entreeprijs weerhield hen. 7,5 euro per persoon. Op zich niet onoverkomelijk. ’t Was een kwestie van principe. Fantastisch mooie kathedraal of niet, het is en blijft toch een openbaar gebedsgebouw? 

Het Alcazar

appelsienenoogst.jpgZoals waarschijnlijk menig toerist zagen mijnheer en madame de verkeerde poort aan als de ingang van het Alcazar. Ze merkten het nog tijdig. Maar het pleintje achter die poort was zo pittoresk dat ze besloten om toch daar eerst een blik binnen te werpen. Het was een lieflijk, besloten hof vol appelsienenbomen. Tot madame’s grote vreugde was er net de appelsienenpluk bezig. Wie denkt dat de plukkers met een ladder in de boom kruipen en de appelsienen liefdevol stuk voor stuk uit de boom halen, heeft het mis. Er wordt eens stevig met de stam geschud en het regent kilo’s appelsienen. Iemand scheidt bliksemsnel de rotte van de gezonde appelsienen. Tegelijkertijd wordt het gezonde fruit met een spade in bakken gedropt. Dan volgt de “fijne” pluk. Met een tweetand aan een lange stok, rukt de fijnplukker de laatste appelsienen uit de boom. Plof, plop, plets! De laatsten der oranjeappelen ploften in het gras en kwamen, evenals hun opgeschepte broeders en zusters, in de laadbakken van een kleine vrachtwagen terecht. De oogst van het oranje goud, peinsde madame in een poëtische bui. 

alcazar.jpgRond het middaguur schreden mijnheer en madame het Alcazar binnen. Vorstelijk schrijden was het minste dat je daar kon doen. Het Alcazar dwingt eerbied af en geeft tegelijkertijd een Scheherazade-gevoel. Het is een sprookjesachtig paleis, een symbiose van rijkelijke Moorse en Christelijke bouwstijlen. Lieflijke patio’s met waterpartijen en indrukwekkende kamers wisselen mekaar af. In elke kamer sta je paf van de muur- en plafondversieringen. Goud, mozaïeken, tegeltjes, geweven houten plafonds, muren met frêle kantwerken in sierpleisterwerk. Het vergde niet veel fantasie om er de Moorse prinsen en hun harem te zien stoeien en alcazar-bad.jpgrollebollen. Een verbeelding die het sterkst aanwezig was bij het “bad” van Maria de Padilla. Wat een zwembad! Daar moet in gestoeid geweest zijn dat het een lieve lust was. Madame wou wel eens weten wie die waterstoeipoes Maria De Padilla eigenlijk was. Thuis zocht ze het op. Het bleek de minnares geweest te zijn van Peter I van Kastilië, zo’n beetje de Camilla van Prins Charles. 

Het Alcazar mondde uit in een 14 hectaren grote tuin. Een prachtige tuin, met verrassend mooie patiootjes, prieeltjes en fonteintjes. Mijnheer en madame wandelden er even in rond. Om de volledige tuin te bezoeken deden hun voeten te pijn. Het was bovendien nog 2 km stappen tot aan het hotel. Uitgeput bereikten ze het hotel. Op madame’s voeten stonden vier blaren. Morgen zouden ze het kalmer aan doen, zeiden ze…

(wordt vervolgd)

Read Full Post »

Sevilla (1)

appelsienen.jpgGeen spatje regen, veel zon en… koude wind. Dat was het doorsnee weerplaatje van een weekje lente in Sevilla. De wind was een spelbreker. De tweede dag had madame een keelontsteking, de derde dag een snotvalling, de vierde dag een lelijke hoest, de vijfde dag een slurpend oor en thuis gekomen uiteindelijk nog een lodderig pisoog.  Maar in Sevilla was het vakantie, dus vooruit met de geit! Nadat ze zich in het hotel geïnstalleerd hadden, gingen ze meteen op stap. Even de buurt verkennen zoals dat heet. Gewoon, zonder stadsplan, door straatjes wandelen en de sfeer opsnuiven.  De bezienswaardigheden, die madame tevoren opgesnord had, konden immers wachten. Ze hadden vijf volle dagen om de toeristische toer op te gaan.

Sevilla was in lentetooi. Straten, steegjes, pleintjes, ze barstten van de vrolijke kleurtjes: wit, geel, oker, sepia, roze en vaal bruinrood dat madame als “gestold stierenbloedrood” omschreef. Ook letterlijk werd er gebarsten. De talrijke sinaasappelbomen die sommige straten omzoomden, waren hoogzwanger en kegelden her en der joekels van appelsienen naar beneden. ’t Was er niet alleen uitkijken naar hondendrollen of paardenpoep, ook naar plat gepetste appelsienen.

Urenlang liepen mijnheer en madame hun neus achterna. Toen zeurden hun benen en voeten dat het tijd werd om een stadsplan aan te schaffen, zodat ze naar het hotel konden terugkeren. Op een gezellig terrasje, in het aangenaam gezelschap van een vino tinto en een cervezza, ontdekten ze op de kaart dat ze behoorlijk wat kilometers gewandeld hadden. Zigzaggend hadden ze van zuid naar noordoost haast de ganse oude stad doorkruist. Ze hadden de pittoreske straatjes van de Joodse wijk Barrio de Santa Cruz gezien, waren door de winkelstraat gelopen en hadden de “vreetstraat” van Sevilla ontdekt, een bescheiden kopie van de Brusselse “rue des Bouchers”.

Om in Sevilla uit eten te gaan, was enige kennis van de Spaanse levensstijl vereist, een kennis die bij mijnheer en madame tot op heden nog niet doorgedrongen is. ’s Morgens waren de meeste eetcafés dicht. Omstreeks 10u werd hier en daar aarzelend een terrasje opgesteld. Let wel: opgesteld. Wat niet wil zeggen dat de bediening al paraat was. Vanaf zowat 13u tot 16u – onmogelijk met enige stiptheid te bepalen – ging alles weer dicht. Siësta-time! Buiten enkele tapas bars was het kin kloppen. En vermits mijnheer geen tapas liefhebber is… Alleen in de buurt van toeristische bezienswaardigheden draaiden de restaurantjes op volle toeren.

Om 20u uit dineren gaan vonden mijnheer en madame een gesofistikeerd tijdstip. Maar dat was te vroeg, mannekens! Uren te vroeg! Sevilla begint pas vanaf 22u te leven! Enfin, mijnheer en madame hebben nooit honger geleden. Na lang zoeken en kilometers wandelen vonden ze toch telkens een gezellige eetgelegenheid. Het eten in Sevilla was trouwens overal gastronomisch lekker. Heerlijke vis, pittige sausjes. Mmm!

De eerste dag was behoorlijk vermoeiend. Ongetraind 6 à 8 kilometers flaneren kroop niet in de kleren. ’s Anderendaags zouden mijnheer en madame het wat kalmer doen, zeiden ze…

(wordt vervolgd)

Read Full Post »

« Newer Posts - Older Posts »