Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for 10 maart 2008

Sevilla (1)

appelsienen.jpgGeen spatje regen, veel zon en… koude wind. Dat was het doorsnee weerplaatje van een weekje lente in Sevilla. De wind was een spelbreker. De tweede dag had madame een keelontsteking, de derde dag een snotvalling, de vierde dag een lelijke hoest, de vijfde dag een slurpend oor en thuis gekomen uiteindelijk nog een lodderig pisoog.  Maar in Sevilla was het vakantie, dus vooruit met de geit! Nadat ze zich in het hotel geïnstalleerd hadden, gingen ze meteen op stap. Even de buurt verkennen zoals dat heet. Gewoon, zonder stadsplan, door straatjes wandelen en de sfeer opsnuiven.  De bezienswaardigheden, die madame tevoren opgesnord had, konden immers wachten. Ze hadden vijf volle dagen om de toeristische toer op te gaan.

Sevilla was in lentetooi. Straten, steegjes, pleintjes, ze barstten van de vrolijke kleurtjes: wit, geel, oker, sepia, roze en vaal bruinrood dat madame als “gestold stierenbloedrood” omschreef. Ook letterlijk werd er gebarsten. De talrijke sinaasappelbomen die sommige straten omzoomden, waren hoogzwanger en kegelden her en der joekels van appelsienen naar beneden. ’t Was er niet alleen uitkijken naar hondendrollen of paardenpoep, ook naar plat gepetste appelsienen.

Urenlang liepen mijnheer en madame hun neus achterna. Toen zeurden hun benen en voeten dat het tijd werd om een stadsplan aan te schaffen, zodat ze naar het hotel konden terugkeren. Op een gezellig terrasje, in het aangenaam gezelschap van een vino tinto en een cervezza, ontdekten ze op de kaart dat ze behoorlijk wat kilometers gewandeld hadden. Zigzaggend hadden ze van zuid naar noordoost haast de ganse oude stad doorkruist. Ze hadden de pittoreske straatjes van de Joodse wijk Barrio de Santa Cruz gezien, waren door de winkelstraat gelopen en hadden de “vreetstraat” van Sevilla ontdekt, een bescheiden kopie van de Brusselse “rue des Bouchers”.

Om in Sevilla uit eten te gaan, was enige kennis van de Spaanse levensstijl vereist, een kennis die bij mijnheer en madame tot op heden nog niet doorgedrongen is. ’s Morgens waren de meeste eetcafés dicht. Omstreeks 10u werd hier en daar aarzelend een terrasje opgesteld. Let wel: opgesteld. Wat niet wil zeggen dat de bediening al paraat was. Vanaf zowat 13u tot 16u – onmogelijk met enige stiptheid te bepalen – ging alles weer dicht. Siësta-time! Buiten enkele tapas bars was het kin kloppen. En vermits mijnheer geen tapas liefhebber is… Alleen in de buurt van toeristische bezienswaardigheden draaiden de restaurantjes op volle toeren.

Om 20u uit dineren gaan vonden mijnheer en madame een gesofistikeerd tijdstip. Maar dat was te vroeg, mannekens! Uren te vroeg! Sevilla begint pas vanaf 22u te leven! Enfin, mijnheer en madame hebben nooit honger geleden. Na lang zoeken en kilometers wandelen vonden ze toch telkens een gezellige eetgelegenheid. Het eten in Sevilla was trouwens overal gastronomisch lekker. Heerlijke vis, pittige sausjes. Mmm!

De eerste dag was behoorlijk vermoeiend. Ongetraind 6 à 8 kilometers flaneren kroop niet in de kleren. ’s Anderendaags zouden mijnheer en madame het wat kalmer doen, zeiden ze…

(wordt vervolgd)

Advertenties

Read Full Post »