Merci Ed en Orde van de douchekapjes voor de blogaward.
Op 24 oktober 2008, kreeg ik een “tag” die sterk op deze award leek. Ik moest toen zes dingen over mezelf vertellen die weinig mensen van me wisten. Nu worden er 10 gevraagd. Je hebt er dus nog 4 tegoed.
Wisten jullie dat madame van jongs af , a) een comédienne, b) een avonturierster, c) een grapjas, d) een fuifnummer was? Over al die karaktertrekken zou ze een sitcom kunnen schrijven. Maar voor deze blog wil ze zich beperken tot één anekdote per eigenschap.
Comédienne
Het begon al in de middelbare school. In het pensionaat. Chez les révérendes soeurs franciscaines. De internen (waaronder madame) bleven in die tijd drie à vier weken op kostschool alvorens ze met hun vuile was een weekendje naar huis mochten. De pensionaatweekends werden hoofdzakelijk gevuld met godsdienstige oefeningen, zoals mis, lof, vespers, biecht, kruisweg, enz. Saai, saai, saai! Tot madame het gedaan kreeg om de zondagavond op te fleuren met een bonte avond. Samen met twee medeleerlingen bedacht ze gekke sketches en voerde ze op voor een publiek van zowat 80 internen plus drie surveillerende nonnen. Waren de medeleerlingen niet van de partij, zorgde madame wel voor een onewomanshow. Een comédienne was geboren.
Avonturierster
In de zomer van 1964 werkte madame (toen nog een juffer van 19 jaar) een maand als jobstudente in het restaurant van een hotel in Engeland. Ze deelde er een dienstenkamer met een Zweeds meisje, eveneens een dienster. Het was die bewuste dag bijzonder warm geweest. ’s Avonds was het broeierig heet op hun kamertje. Onmogelijk om in die sauna te slapen, vonden ze. “Konden we maar buiten slapen,” zei de Zweedse, “daar begint het af te koelen.” Ze wist niet dat je bij madame geen verzuchtingen mag slaken, want dat het haar op ideeën brengt.
Anderhalve meter onder het raam bevond zich een plat dak.
“Kom,” zei madame, “we sleuren onze matrassen op het dak en we gaan daar slapen.”
’t Was er heerlijk indutten. De koelte, de sterrenhemel…
Alleen werden ze heel vroeg gewekt die ochtend, door de zeemeeuwen die krijsend boven hun hoofden scheerden.
Grapjas
1969. Madame werkte toen (als secretaresse) in Zwitserland. Een Duitse collega had haar en een Italiaanse collega gevraagd om mee carnaval te gaan vieren in Duitsland. Dat moest ze aan madame geen twee keer vragen!
In de trein (naar Zuid-Beieren) voedden ze zich met sandwiches en laafden zich met wijn. Toen de Duitse even ging lozen, kropen madame en de Italiaanse in het bagagerek en hielden zich muisstil. De Duitse zou verschieten!
Alleen was het toen niet de Duitse die binnenkwam, wel de kaartjesknipper.
Fuifnummer
Carnaval in een boerendorp in Duitsland, met veel hoempapa en gejodel. De Duitse collega had madame, uitgedost met rode bloes, lange zwarte rok met franjes en grote hoed, ingeschreven voor de kostumeringwedstrijd, onder de titel “blonde Spanierin”. Ach wat, even haar kostuum showen, was het minste van madame’s zorgen. Maar dat was buiten het reglement gerekend. Bleek dat de kandidaten hun kostuum op originele wijze moesten voorstellen. “Ook goed”, dacht madame en zonder schroom stapte ze het podium op en zong de Spaanse strofe van het toentertijd bekende liedje van Tony Corsari: Quizàs, quizàs los form del bananas (waarom zijn de bananen krom). Er volgde een daverend applaus. En bij de prijsuitreiking ontving madame de derde prijs. Daarna heeft de blonde Spanierin nog geboemeld, gezwierd en gedanst tot een kot in de nacht.
Volgens de regels van deze award, zou madame nu tien blogs eervol moeten vermelden. Maar omdat ze geen 10 dingen over zichzelf verteld heeft en haar blogvrienden intussen al bijna allemaal deze award ontvangen hebben, gooit ze de handdoek in de ring.