Feeds:
Berichten
Reacties

Het parfum

Mijnheer kwam thuis van het werk. Om hem te verwelkomen had madame de tafel gedekt en… een vleugje parfum opgelegd.

Nadat madame hem gekust had, zag ze hem genoeglijk snuiven. Dolce & Gabbana (van hem gekregen) is ook geen kattenpis, hè.

“Tiens,” zei mijnheer, nog steeds verheerlijkt snuivend, “is Polska (de poetsvrouw) hier geweest?”
Ietwat kribbig vanwege niet-ingevulde verwachtingen (verwachtingen koesteren, altijd fout, dames!) antwoordde madame: “Ja, die is vandaag geweest. Waarom? Heeft ze een lijfreuk?”
”Nee!” zei mijnheer verrukt, “het ruikt hier fris!”

Adieu Dolce & Gabbana. Vanaf morgen dept madame een paar druppels Ajax Eucalyptus achter haar oren. Kwestie van competitief te blijven.

Een lelijk woord

nanny ET en Schattie gaan uit werken. Maar wat als Suske (het 5-jarig zoontje van Schattie) ziek is? Dan bellen ze toch de nanny. :-)

Om 7u stond madame al aan de deur, graag bereid om voor Suske te zorgen.
Zijn koorts bleek gedaald tot 37,5°. Het ventje was alweer levenslustig, zodat de ziekenzorg resulteerde in een gezellige speeldag. Ze knutselden, schilderden, puzzelden; madame vertelde en las verhaaltjes voor; ze speelden met een treintje,  ginnegapten…  ‘t Was bij dit laatste dat madame zich vergaloppeerde.

“Ik heb een sprekende pop,” zei madame, “maar hij zit in een valies. Hij mag er niet uit. Want ‘t is zo’n grote deugniet.”
Suske glunderde. Een sprekende pop, en dan nog een deugniet? Daar wou hij natuurlijk meer over weten.
“Hij heet Toontje,” zei madame. “Ik vroeg hem eens. Ken jij geen mooi gedichtje, Toontje? Hij zei dat hij een heel mooi gedichtje kende en begon het op te zeggen.”
Madame sprak met een buiksprekersstemmetje en citeerde: “O blomme, van Guido Gezelle. O blomme, oh  blomme, ooo blomme, o blomme o blomme, o.o.o.blomme, oh blomme…” in alle toonaarden en met diverse snelheden.
Suske schaterde.
”Ik zei toen tegen Toontje,” ging madame met gewone stem verder, “ja maar, Toontje, dat van die blomme kennen we nu al, zeg nu het vervolg maar.”
En “Toontje” ging verder, heel plechtig nu: ”o blomme, o blomme… [pauze]… wat stinkt ge, verdomme.”
Suske lag in een deuk.

Bij deze, Schattie en ET, als Suske dat lelijk woord zou gebruiken, hij heeft het van madame, die zich deemoedig op de borst klopt. Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa.

Merci Ed en Orde van de douchekapjes voor de blogaward.

Op 24 oktober 2008, kreeg ik een “tag” die sterk op deze award leek. Ik moest toen zes dingen over mezelf vertellen die weinig mensen van me wisten. Nu worden er 10 gevraagd. Je hebt er dus nog 4 tegoed.

Wisten jullie dat madame van jongs af , a) een comédienne, b) een avonturierster, c) een grapjas, d) een fuifnummer was? Over al die karaktertrekken zou ze een sitcom kunnen schrijven. Maar voor deze blog wil ze zich beperken tot één anekdote per eigenschap.

Comédienne
Het begon al in de middelbare school. In het pensionaat. Chez les révérendes soeurs franciscaines. De internen (waaronder madame) bleven in die tijd drie à vier weken op kostschool alvorens ze met hun vuile was een weekendje naar huis mochten. De pensionaatweekends werden hoofdzakelijk gevuld met godsdienstige oefeningen, zoals mis, lof, vespers, biecht, kruisweg, enz. Saai, saai, saai! Tot madame het gedaan kreeg om de zondagavond op te fleuren met een bonte avond. Samen met twee medeleerlingen bedacht ze gekke sketches en voerde ze op voor een publiek van zowat 80 internen plus drie surveillerende nonnen. Waren de medeleerlingen niet van de partij, zorgde madame wel voor een onewomanshow. Een comédienne was geboren. :-)

Avonturierster
In de zomer van 1964 werkte madame (toen nog een juffer van 19 jaar) een maand als jobstudente in het restaurant van een hotel in Engeland. Ze deelde er een dienstenkamer met een Zweeds meisje, eveneens een dienster. Het was die bewuste dag bijzonder warm geweest. ’s Avonds was het broeierig heet op hun kamertje. Onmogelijk om in die sauna te slapen, vonden ze. “Konden we maar buiten slapen,” zei de Zweedse, “daar begint het af te koelen.” Ze wist niet dat je bij madame geen verzuchtingen mag slaken, want dat het haar op ideeën brengt.
Anderhalve meter onder het raam bevond zich een plat dak.
“Kom,” zei madame, “we sleuren onze matrassen op het dak en we gaan daar slapen.”
’t Was er heerlijk indutten. De koelte, de sterrenhemel…
Alleen werden ze heel vroeg gewekt die ochtend, door de zeemeeuwen die krijsend boven hun hoofden scheerden.

Grapjas
1969. Madame werkte toen (als secretaresse) in Zwitserland. Een Duitse collega had haar en een Italiaanse collega gevraagd om mee carnaval te gaan vieren in Duitsland. Dat moest ze aan madame geen twee keer vragen!
In de trein (naar Zuid-Beieren) voedden ze zich met sandwiches en laafden zich met wijn. Toen de Duitse even ging lozen, kropen madame en de Italiaanse in het bagagerek en hielden zich muisstil. De Duitse zou verschieten!
Alleen was het toen niet de Duitse die binnenkwam, wel de kaartjesknipper.

Fuifnummer
Carnaval in een boerendorp in Duitsland, met veel hoempapa en gejodel. De Duitse collega had madame, uitgedost met rode bloes, lange zwarte rok met franjes en grote hoed, ingeschreven voor de kostumeringwedstrijd, onder de titel “blonde Spanierin”. Ach wat, even haar kostuum showen, was het minste van madame’s zorgen. Maar dat was buiten het reglement gerekend. Bleek dat de kandidaten hun kostuum op originele wijze moesten voorstellen. “Ook goed”, dacht madame en zonder schroom stapte ze het podium op en zong de Spaanse strofe van het toentertijd bekende liedje van Tony Corsari: Quizàs, quizàs los form del bananas (waarom zijn de bananen krom). Er volgde een daverend applaus. En bij de prijsuitreiking ontving madame de derde prijs. Daarna heeft de blonde Spanierin nog geboemeld, gezwierd en gedanst tot een kot in de nacht.

Volgens de regels van deze award, zou madame nu tien blogs eervol moeten vermelden. Maar omdat ze geen 10 dingen over zichzelf verteld heeft en haar blogvrienden intussen al bijna allemaal deze award ontvangen hebben, gooit ze de handdoek in de ring.

Het kan iedereen overkomen. Maar als het iemand uit je vriendenkring overkomt, ben je toch wel uit je lood geslagen.
Het overkwam Marie-Anne, een vriendin des huizes, de dag toen mijnheer en madame naar Frankrijk vertrokken. ’s Anderendaags blokletterde de krant:

In de Antwerpse Craeybeckxtunnel ging vrijdagavond een auto over de kop. De chauffeur, een vrouw uit B., werd met zware verwondingen overgebracht naar het ziekenhuis.

Mijnheer en madame hadden het artikel over hoofd gezien. Zulke dingen gebeuren (helaas) zo vaak dat dergelijke artikels  op een eindeloze soap gaan lijken. Tot Marie-Anne mailde dat ze een zwaar verkeersongeval had gehad. Dan krijgt zo’n krantenbericht een heel andere dimensie.

Vandaag ging madame Marie-Anne bezoeken en vernam ze de ware toedracht. “Ik reed op de linkse rijbaan, naast een vrachtwagen. Ik zag die vrachtwagen dichter komen en dacht: “amai, die komt precies wel heel dichtbij”. Plots ramde hij mijn auto. Ik tolde, ging over kop en kwam op een aanpalende rijstrook terecht.”

De vleeswonden op hoofd en arm zijn zo goed als geheeld. Het genezingsproces van de vingers van haar linkerhand (waarvan er twee zo goed als afgerukt waren) zal meer tijd vragen. En dan is er nog de financiële aderlating. Omdat de vrachtwagen, die het ongeluk veroorzaakt heeft, doodleuk doorgereden is, is er geen tegenpartij en kan ze de materiële schade niet claimen. Maar Marie-Anne is kranig. Ze slaat er zich ongetwijfeld door.
(Voor de kritische geesten: ja, er staan camera’s in de Craeybecxktunnel, maar op dat moment werkten ze niet.)

Vermoeide benen

Madame werd in extremis opgeroepen om nog een stuk of drie fratsen uit te halen. Hoewel er driehonderd-en-zoveel scenariootjes afgehaspeld waren, had de creative director nog drie topsketches te kort. Vandaag toog ze met een minicrew (de cameraman en een regieassistente) naar de place de delict, zijnde: het Waasland Shopping Center.

Wel twintig keer heeft madame het volledige circuit van het Shopping Center afgetrapt, met her en der enkele minuutjes pauze voor een sketch. Bij iedere nieuwe rondgang begonnen haar benen zwaarder te wegen. Het laatste uur moest ze zelfs niet meer faken dat ze slecht te been was, ze slofte vanzelf als een sleetse senior.

Toch wou ze van geen ophouden weten. Die drie topsketches moesten en zouden ingeblikt worden. Bovendien waren er na iedere sketch de heerlijke reacties van de beetgenomen jongeren. Zo spontaan, zo ontladend… soms zo lief. Dan dacht madame: “fuck die benen en hop met de geit, we doen er nog eentje”.

Een zeurende pijn zindert nu door haar benen. Haar kuiten tintelen. Maar er zweemt een gelukzalige glimlach om haar mond. Want ’t is weer een superleuke dag geweest.

Snelkookkokkin

Miek, Cook en het Lowieke kwamen op visite.
Te dier gelegenheid arrangeerde madame een warme maaltijd. Geen feestgedoe, maar een gewoon drie gangen menu.
Uitgebreid staan koken is niet madame’s ding. Haar devies is: lekker eten met weinig moeite. En daar was ze (weer eens) in geslaagd. De hoofdschotel – die meestal toch intensieve bezigheden vereist – was in een mum van tijd klaar. En lekkerrrrrr! Om duimen en vingers af te likken. Voor de geïnteresseerden, hieronder het poepsimpel recept.

Steak met witte druiven en cambozolasaus (voor 4 personen)
Ingrediënten
4 steaks
½ kg. witte druiven
2 potjes cambozolacrème
boter
peper en zout

Bereiding (op z’n madame’s)
De druiven halveren en ontpitten. Toegegeven, dat lijkt op bezigheidstherapie in een beschutte werkplaats. Maar je kunt het uren op voorhand doen en met een muziekje erbij is die klus snel geklaard. De ontpitte druifjes kunnen tot le moment suprême in de ijskast bewaard worden.

De steaks kruiden met peper en zout. De boter verhitten en de steaks er in bakken. Niet te zuinig zijn met de boter. “Steaks moeten zwemmen” zei madame’s moeder altijd. Al zou “steaks moeten pootjebaden” realistischer klinken.
Hou de gebakken steaks even warm in de oven. Want nu komt de saus er aan. Maak het aanbaksel van de steaks los met 2 dl. water. Laat doorkoken. Roer dan de cambozolacrème er onder. Een beetje prakken met een vork versnelt het smeltproces.
In die saus kieper je dan de druifjes en laat ze even mee opwarmen. Is de saus nog te vloeibaar, kan je ze wat indikken met een beetje maïzena plus.

Madame serveerde hierbij (diepvries-)kroketjes. En ze kan u verzekeren, er is gesmuld!

The making of

Zowat een maand geleden zaten de opnames van de tv-serie er op. Daarna zijn de +/-320 filmpjes tot een leuk geheel geassembleerd. Alle werk zit er dus op. Partytime!

Het was bijzonder leuk om collega’s en medewerkers terug te zien. Het prettigste was wel dat de senior die de ongelukkige val in de skateput maakte er ook bij was. Zijn pols zat nog wel in het gips (mag er volgende week af) maar hij kon grappen en grollen zoals voordien.

Alvorens de echte party (lees: het boozen) begon, kregen de aanwezigen in primeur de eerste aflevering te zien. De genodigden (crew + partners) produceerden salvo’s buldergelach in fast-forward-mode. Dat belooft voor de echte uitzendingen die, volgens de laatste nieuwe berichten in maart 2010 zullen plaatsvinden.

Als aandenken aan 3 maanden samenwerken kreeg elke acteur/actrice een mooie groepsfoto mee naar huis én een DVD van “the making of”: een leuke compilatie van (enkele) sketches en interviews.

Meer mag madame daar nu niet over vertellen. Ze heeft recentelijk een contract van geheimhouding-tot-na-de-laatste-aflevering moeten ondertekenen. “Op straffe van vijftigduizend euro boete.” Wel wat veel voor een gewone burger.

YouTube

Zeg nu zelf, is YouTube geen duizelingwekkende schatkist? Honderdduizenden filmpjes liggen er om het grijpen.
Nu ja… grijpen…? Je kunt ze bekijken en/of met een rechtstreekse link naar YouTube in een mail of in een blog plakken. Maar ze echt “pakken” (lees: downloaden) en in je computer bewaren zodat je ze offline kan bekijken en/of gebruiken?…

Die beperking intrigeerde madame mateloos. Ze wou o zo graag met een bepaald YouTube filmpje de Powerpoint presentatie van hun laatste reis opluisteren.
Met de volharding van een hacker ging ze op zoek.
Eén avond en een halve nacht later kraaide ze: “Eureka!” Ze had het gevonden! Ze kon YouTube filmpjes downloaden!

Hoe deed ze dat?

  1. Ga naar YouTube en kopieer de URL van het filmpje
  2. Surf naar http://videodownloadx.com/
  3. Plak de URL in het bovenste invulbalkje en klik op "download video"
  4. Na enige tijd verschijnt een afbeelding van het filmpje. Klik met de rechtermuisknop op "download" (onder de witte balk naast de afbeelding) en kies "save target as".
  5. Et Voilà! Het filmpje zit in je computer. Maar wel met de extensie .flv, wat een gewone mediaplayer niet aanneemt. Het filmpje moet dus nog geconverteerd worden.
    Surf naar http://media-convert.com/omzetten/ . Browse daar naar het .flv bestand. Kies als inputformaat voor "Flash Video (.flv) staan. Kies als outputformaat voor "Windows Media Video .wmv". Klik dan op OK.
    Even geduld en je kan het filmpje in .wmv formaat downloaden.

Links en rechts gingen stemmen op: “Wat zou er met madame aan de hand zijn? Zij blogt niet meer!”

Inderdaad, madame’s laatste blog dateert van 29 september jl. Ze is dus al ruim 14 dagen in stilzwijgen gedompeld. Maar wees gerust, ze is nog in goeden doen en prima gezondheid. Wat van mijnheer dan weer niet kan gezegd worden. De week voor hun vakantie stelde de dokter vast dat mijnheer aan een depressie leed en schreef medicatie voor.

“Amai,” zei madame tijdens de vakantie, “die pillen werken goed!”
Tijdens die 14 heerlijke dagen in Frankrijk waren mijnheers depressiesymptomen gesmolten, als sneeuw voor de zon. De zon had er blijkbaar iets mee te maken, want bij thuiskomst (in druilerig weer) stak de neerslachtigheid weer in alle hevigheid de kop op. Gaan werken zit er tot op vandaag nog niet in.

Intussen kweet madame zich van haar dagelijkse taken. Zoetjesaan dan wel. Want ze had het Zuid-Franse “demang” (cfr. Het Spaanse “mañana”) meegebracht. Ze wou absoluut niet alles op één dag gedaan krijgen. Tussendoor ging ze al eens shoppen, sliep ze grandioos uit, speelde ze computerspelletjes, genoot ze van etentjes waarop ze uitgenodigd waren. Kortom, ze trok het leven als God in Frankrijk nog een poosje door.

En? Heeft madame nu genoeg geluilakt? Bwa… Zo’n tamme levensstijl valt anders best mee. Maar kom, er staat weer van alles aan te komen. En dat wil madame wel weer aan een blogje toevertrouwen.

De grootste intacte middeleeuwse vestingstad van Europa, dat wilden ze wel eens zien. Na 70 kilometer krinkelende, winkelende wegen – allen perfect geasfalteerd! – zagen ze de imposante burcht van Carcassonne liggen. Ze torende hoog boven de stad uit.
”Zullen we met de auto naar boven rijden?” vroeg mijnheer.
En als luie toeristen aan de deur uitstappen? Geen denken aan. Madame wou te voet gaan.
De eerste klim werd door pittoreske huisjes opgeleukt. Daarna kwam de echte aanslag op madame’s rokerslongen en de, door jarenlang pumps dragen, verkorte kuitspieren. Toch viel het mee. De klim was minder hoog dan op het eerste zicht leek.

Via een imposante ingangspoort, met heuse brug over de (droge) slotgracht, bereikten ze het de binnenkant van de vesting. En wat kregen ze te zien? Middeleeuwse huizen en straatjes weliswaar. Maar elk huis, elk gebouw, was ingenomen door winkels en/of eethuisjes, wat afbreuk deed aan de authenticiteit van het 13de-eeuwse bolwerk. Zoals te verwachten was, stikte het er van de toeristen. Alleen tussen de twee omwallingen was het rustig en was het mogelijk om de Middeleeuwse sfeer ten volle op te snuiven.
Binnen in de vesting staat een gravenkasteel. Die hebben mijnheer en madame niet bezocht. 12 euro inkom per persoon vonden ze iets te veel bij het haar getrokken.
(FYI De vesting van Carcassonne herinnerde madame aan een bezoek van de stad Mdina op Malta. Die was kleiner, maar minder aangetast door de commercie.)

Op de terugweg wou madame naar Puichéric. Meer bepaald naar “l’ écluse de l’aiguille”. Daar zouden, volgens toevallig gegooglede info, aan de sluizen van de Canal du Midi grappige houtsnijwerken te zien zijn. Het was echter geen sinecure om die sluizen te vinden. Nergens wegwijzers die naar de bezienswaardigheid verwezen. Mede dank zij de uitleg van de typische oude dorpsmannetjes op de al even typische bank op het plein, vonden ze de weg.
Het was een drukke bedoening aan de éclude de l’aiguille. Nee, niet van de toeristen, wel van de bootsmannen en sluiswachter die de plezierboten van het ene waterniveau naar het andere overhevelden. Met zijn zwak voor waterwerken voelde mijnheer er zich in zijn sas. Een uur lang volgde hij gefascineerd het versluizen van de boten en de werking van de kunstwerken (=sluizen). Intussen liep madame van houtsnijwerk naar houtsnijwerk, die de sluiswachter in zijn vrije tijd vervaardigd had. Recentelijk bleek hij zich ook bezig te houden met beelden van gelast, gerecycleerd metaal. De hoofdtoon van zijn “kunst” was humor. Ieder beeld bracht op zijn minst een glimlach teweeg hoewel het in de grond niks spectaculairs was. Maar het was leuk om zien. Zowel mijnheer en madame waren blij dat ze dit ommetje gemaakt hadden.

Om de mooie dag te besluiten gingen ze die avond uit dineren. Of heet het “souperen” in Frankrijk? Het was in ieder geval een etentje om u tegen te zeggen aan een getutoyeerd prijsje. Likkebaard even mee. Voor mijnheer een zalmcarpaccio als voorgerecht; voor madame gamba’s met cocktailsaus. Als hoofdgerecht voor mijnheer een tonijnsteak, voor madame kalfszwezeriken in mosterdsaus. De begeleidende wijn was (uiteraard) een Saint Chinian AOC. Als dessert: kaasschotel. De koffie, hoewel inbegrepen, sloegen ze af wegens te dik gegeten. Alleen het toemaatje van het huis – een Amaretto – ging er nog net bij.

Onze Maurice

“Elke dag komt er een kat op het terras. (Ze wou niet mee verhuizen.) Zou je haar eten willen geven, aub? Er staat een groot blik met kattenvoer in de bergplaats achter de keuken.“
Aldus de welkomstbrochure. En inderdaad, diezelfde avond kwam de kat, voorzichtig en schichtig haar kommetje brokjes claimen. Sindsdien komt ze twee tot drie keer daags.
Tot zover dit huisdier. Want “onze Maurice” is van een ander kaliber.

“Kom eens kijken wat hier zit,” zei mijnheer terwijl hij op het terras naar iets groen wees dat op een snijboon leek.
”Eek! Wat is dat?”, zei madame toen ze onderaan die “boon” lange, sprietige poten zag. Bij nader toezien leek het een mini uitgave van een voorhistorisch monster met een kopje dat aan de ET van Steven Spielberg deed denken.
“Ik ben niet zeker, maar ik denk dat het een bidsprinkhaan is,” zei mijnheer.
”Je bent niet zeker? Nou dan zoeken we het even op,” zei madame, startte de laptop en googlede.
Afbeeldingen van bidsprinkhanen bevestigden mijnheers veronderstelling. Het was een bidsprinkhaan.

De bidsprinkhaan of mantis religiosa, wist Google, is een carnivoor en kent zelfs kannibalisme. Ze grijpen alles wat ze fysiek aankunnen.
Madame krulde haar tenen tot ze veilig onder de riem van haar slippers zaten.
Hij voedt zich voornamelijk met insekten, zoals vliegen, motten…
Over menselijke prooien werd niet gerept. Madame ontspande haar tenen.

Urenlang bleef de bidsprinkhaan stil in zijn hoekje zitten. Slechts af en toe wiebelde hij even op zijn poten. Uren later begon hij zachtjes aan de beklimming van het loodrechte raamkozijn. Tergend langzaam, pootje voor pootje, zocht hij een plekje om zich als het ware met zuignapjes tegen te plakken. Madame moedigde hem aan. Ze zong. “Allez Mantis, allez Mantis, allez, allez! Allez Maurice, allez Maurice, allez, allez! »
Sindsdien heette hij Maurice.
’s Anderendaags zat Maurice daar nog. ’s Middags kwam er wat beweging in. Met afgemeten pasjes verplaatste hij zich 20 cm. “Zou hij een prooi gezien hebben?” vroeg madame zich af. “Het wordt toch stilaan tijd dat hij wat achter de kiezen krijgt.” Ze begon hem zowaar als een huisdier te beschouwen. Al voelde ze zich niet geroepen om Maurice een levende vlieg of een mot voor te schotelen. Als hij wou eten moest hij zelf maar voor zijn kost zorgen.
Madame zag een petieterig kevertje lopen.
“Heb je het gezien, Maurice? Daar komt je middagmaal,” zei madame.
Het beestje was nog 1,5 meter van Maurice verwijderd en maakte toen een halve draai rechts. Madame besloot Maurice een handje, of beter gezegd een “voetje” te helpen. Schuifelend dwong ze het kevertje Maurice’s richting uit. Ze zag hoe Maurice roerloos stil en devoot, met gevouwen pootjes zijn gebed voor het eten prevelde. En dan plots schoten zijn voorste poten vooruit. Als een bliksemschicht. Van het kevertje bleef alleen de kop over. Kort daarna zette Maurice, ietwat sneller dan voorheen, koers richting de ligweide.

De dag daarop was Maurice vanwege zijn camouflagekleuren onvindbaar in het groene gras. Maar vandaag is hij terug, “onze Maurice”. Zojuist hees hij zich terug op het terras, waar mijnheer en madame hem glimlachend verwelkomden. 

De “stulp” – die ze in Frankrijk gehuurd hebben – inspireert tot dolce far niente. Een comfortabele woning, weids uitzicht over heuvels en wijngaarden, een zonovergoten ligweide, een schaduwrijk terras, een azuurblauw zwembad. Voeg daar nog een klimaat van 25° à 28° bij, een verse baguette, echte boter, Franse kaas (Epoisse!), een fles Saint Chinian en het plaatje is compleet. Het is er zo zalig vertoeven dat mijnheer en madame totnogtoe hun uitstapjes beperkt hebben tot enkele naburige nederzettingen. 

Saint Chinian, dat naam gaf aan welhaast alle wijnen uit het departement Herault, is een snoezig dorpje met leuke terrasjes. Onder de platanen van het dorpsplein is het heerlijk toeven met een glaasje wijn (voor madame) en een pastis (voor mijnheer). Dinsdagvoormiddag was het er markt, met veel artisanale producten. Aan de kaaskraam keken mijnheer en madame hun ogen uit. Wat een assortiment! Ze moesten zich inhouden of zouden twee weken lang niks anders eten dan kaas.

Beziers. Staat beschreven als een Kathaarse stad met een 6500 jaar oude geschiedenis. De stad bulkte inderdaad van de oude woningen. Maar niet meer of minder dan de omliggende dorpjes. Het enige dat Beziers onderscheidde (althans volgens mijnheer en madame) was de lange, rijkelijk van bomen voorziene boulevard en het mooie park: le plateau des poètes. Van de naam alleen al kreeg madame dichterlijke bevliegingen. Toen ze in het park een amfitheater ontwaarde, was het hek helemaal van de dam. Ze beklom het podium en reciteerde voor de enige toeschouwer, zijnde mijnheer, een gedicht van Alice Nahon. :-)

Roquebrun. Dit dorpje beantwoordt 100% aan de omschrijving als zijnde “pittoresk”. Het deed zijn naam als “Petit Nice” alle eer aan. Al van bij de eerste aanblik ontglipte bij madame een “waw!”. Oude huizen die tegen een rots geplakt stonden, met aan de voet een langgerekte; waaierende waterval van de rivier de Orb. Een plaatje!

Cessenon-sur-Orb. Iets minder pittoresk maar wel nuttig. Er zijn twee bakkers. En het brood dat ze bij die ene bakker kochten, was super lekker!

Vandaag blijven mijnheer en madame in hun kot. Er staat niets op hun programma, tenzij zalig relaxen en leven zoals God in Frankrijk.

Vorige vrijdag zijn mijnheer en madame in Frankrijk gespot, op weg naar 14 dagen vakantie in het departement Hérault (regio Languedoc-Roussillon). Hoewel met 2 chauffeurs, wilden ze de +/- 1300 km niet in een trektocht afleggen. Ze zouden overnachten in Lyon.
De ervaring had geleerd dat in het wilde weg een hotel  zoeken in een wildvreemde stad niet eenvoudig is. Tegelijk het verkeer, de verkeersborden etc. in ’t oog houden en daarbij een fatsoenlijk hotel zoeken is zenuwslopend. Dus had madame vooraf het adres van een hotel opgesnord. Ze opteerde voor het doorstroom- en low budgethotel Formule 1 dat gelegen was in de rue Elisée Reclus te Ouillin (Lyon Sud).
Helaas, toen ze de GPS wilden instellen, bleek hij geen Ouillins en geen rue Elisée Reclus in Lyon te kennen. Er zat dus niets anders op dan de stad binnen te rijden en er een hotel te zoeken. 

De GPS voerde hen feilloos naar Lyon. Tenminste, wat de routeaanwijzingen betreft ging het feilloos. De uitspraak van de GPS was andere koek. De GPS-juffrouw sprak Hollands. Ze kende geen letter Frans en sprak dus alle Franse steden in ’t Hollands uit. Wat heel lachwekkend (en onbegrijpelijk) klinkt als je bv Mondelange, Mazieres les Metz, Campigneulles enz. passeert.

In “Li-jon”concentreerde mijnheer zich op het verkeer. Madame zocht een hotel.
”Hier! Aan de rechterkant! Hotel Parking! Daar zullen we onze auto in een parking kunnen zetten.”
Dat het hotel niet “Hotel Parking” heette, maar dat die grote letters de ingang van de hotelparking aanduidden, bleek pas later. De inrit was uiterst smal en steil. Mijnheer moest de auto er op de centimeter nauwkeurig in rijden. Via een automatische poort kwamen ze in een ondergrondse kelder, bezaaid met pilaren die minimalistische parkeerplaatsen afboordden. Mijnheer moest groot vakmanschap aanwenden om de auto in een parkeerplaats te navigeren. 

Na een goede nachtrust en lekker ontbijt konden ze de laatste +/- 400 km gaan afknabbelen. Maar eerst uit die kelder geraken. Een bocht van 90% en meteen daarna nog eens een bocht van 30% mislukte. De flank van de auto kwam vast te zitten tegen de betonnen muur. De muur zwichtte niet en dus leed de auto averij.
Een domper op de vakantiestemming? Ach, slechts 5 à 10 minuten. Eenmaal weer vlot op weg naar het zonnige Zuiden zongen ze weer luidkeels mee met de Franse chansons die ze op CD meegenomen hadden.

Even buiten Lyon zag madame een wegwijzer staan. Hij wees rechtsaf, naar  “Formule 1 Hotel, Oullins, Lyons Sud.
Oullins! Niet Ouillins!
Verdomme! Had madame niet gemist met die “i” zou de auto niet geschandaliseerd zijn!

(Inmiddels zijn ze op de plaats van bestemming en hebben al met volle teugen genoten. Maar daarover later meer.)  

In mineur

Ginnegappen, schouderklopjes, plagerijen, high fives. Iedereen was deze laatste draaidag weer in opperbeste stemming.
De begin- en eindgeneriek werd opgenomen in een sportpark. De senioren mochten er de hele dag  op elektrische rolstoelen tussen jeugdige figuranten rondtoeren. Voor de oudjes dus een rustige draaidag deze keer. De figuranten daarentegen hadden een actieve rol. Er waren hangjongeren, streetdancers, scaters, BMX-rijders, boomcars…

Het gebeurde bij de scateput. Een van de seniors wou een jongere ontwijken maar reed daarbij de verkeerde richting uit. De streetdancer probeerde hem nog tegen te houden maar kon die zware elektrische rolstoel niet houden. De senior donderde de scateput in…
Bloed. Ambulance. De MUG. Brandweer….
Diagnose: een diepe hoofdwonde en een gebarsten nekwervel. Maar volgens de dokter komt het allemaal snel goed. Toch zijn er nog: de bibber, de tranen, de shock. 
Een afsluiting in mineur…

 bordje-leeg

“Morgen bloggen wij allemaal  “Patrick eet zijn bord niet leeg, “ zei Menck. En zie! Menig vrolijke blogger bloklettert vandaag onder die titel.
Dat Patrick voor de derde keer een overvolle schotel bbq-food ging opscheppen, het bord na enkele happen wegschoof met de woorden: “ik zit vol” (maar een half uurtje later nog een flinke portie rijstpap naar binnen lepelde)  was slechts een van de vele anekdoten. De blogbijeenkomst bij Zamnimf en Chocolatemoose was alweer amusement van de bovenste plank, waarbij honderden lachsalvo’s als spetterend vuurwerk het  zwerk vulden.

Wil je meer weten over dat fantastisch evenement, gewoon even googlen naar “Patrick eet zijn bord niet leeg”. :-)

Actie
Aan de ene kant van het zebrapad staat een oud dametje met een looprekje. Aan de andere kant staat een heertje met een infuusstaander op wieltjes waaraan zijn baxter hangt. Beiden steken tegelijk de drukke straat over. In het midden van het zebrapad botsen ze met hun hulpstukken tegen mekaar.
Daarop volgt een krasse scheldpartij. Zij schreeuwt. Hij tiert.

“Kijk waar je loopt, onnozelaar!”
”Ik heb voorrang!”
”Hou je kop, zieke zak!” 
“Onderuit, teef!”
Het duurt niet lang of ze slaan er op los met hun hulpmiddelen. Met infuusstaander en looprek leveren ze een kletterend degengevecht.

Reacties
De mensen op het plein kijken verbaasd toe.
Automobilisten stappen uit hun voertuig en vragen de vechtende oudjes om er mee op te houden.
Een kelner komt aangestormd en brult: “ Is dat nu gedaan! Daar moet je zo oud voor geworden zijn! Stop daar mee! (Tot het vrouwtje) Naar huis gij! (Tot het heertje) En gij! Naar de kliniek! Vooruit! En rap!”

FYI De kelner hoorde niet bij de acteurs, en voor de opnames van die dag was er begeleiding van een incognito politieagent.  
……………

Dit was madame’s laatste sketch. Maandag en dinsdag volgen nog opnames voor de trailer. En dan zitten de draaidagen erop.

Marie kijft (3)

boos Dat die ene buurvrouw van mijnheer en madame een bitch is, kwam al eens eerder aan bod. Gelukkig komt het zelden tot een effectieve aanvaring. Maar gisteren was het nog eens zover. Het akkefietje van twee weken geleden, toen Draakjes verjaardag gevierd werd, buiten beschouwing gelaten. Toen keuvelde en ginnegapte de bende in de tuin. Tot ‘s avonds laat. Om 23u vond Marie dat de feestvierders maar moesten ophoepelen en klapte een paar keer brutaal met het deksel van haar groencontainer. Heel even werd het stil. Maar toen het geluid gelokaliseerd was, ging het gekeuvel, het gelach en het gelag onverminderd voort.
Gisteravond was Woefke andermaal de steen des aanstoots. Madame liet Woefke uit. In het gemeentelijke gras voor Marie’s woning begon Woefke te snuffelen. Op dat moment kwam Marie, in witte kamerjas, in haar deurgat staan.  Creepy! Maar niet imposant genoeg om madame te imponeren. Madame liet Woefke rustig verder snuffelen. Tot het beestje door de achterpoten zakte en een fameuze plas loosde. Spooky Marie barstte los.
“Plezant, hè! Mensen pesten!” Er volgde een korte pauze. Om madame de kans te geven om te reageren? Madame hield zich alleszins doofstom en vervolgde haar weg met Woefke die na de pitstop dartel verder huppelde.
Marie riep haar na: “Je hebt je cassetterecordertje niet bij! Moet jij mij stem niet opnemen?”
Daarna volgde nog een oremus, maar die tuimelde buiten madame’s gehoorbereik in onbegrijpelijke flardjes. Ze kauwde trouwens nog na op die ene zin die ze wel begrepen had. Wat bedoelde Marie met die cassetterecorder? Zou ze ‘Madame Bastard‘ ergens in actie gezien hebben? Of had ze tijdens het tuinfeestje staan luistervinken?

Toen Madame met Woefke thuis kwam, hing mijnheer aan de telefoon. Marie was poeslief haar beklag aan ‘t doen over madame.

— — Marie: Ik heb haar beleefd aangesproken.
Mijnheer: Maar Marie, dat geloofde toch zelf niet!
Marie: Kunde uwen hond niet bij u thuis laten plassen. Ge hebt toch gazon genoeg.
Mijnheer: Denk jij dat ik een hond kan laten plassen op commando?
Marie: Kunde dan tegen haar niet zeggen dat ze hare hond op een andere gazon laat plassen? Of heb je er niks aan te zeggen.
Mijnheer:  (monkelend) Nee Marie, ik heb er niks aan te zeggen.
Marie: Dat dacht ik al. — —

Of madame voortaan Woefke zal verbieden om op het gras voor Marie’s huis te plassen? Je mag twee keer raden. :-)

Toekomende lente

Groot was haar verbazing toen ze vandaag vernam dat de (bastards-)uitzendingen verschoven worden naar de lente van volgend jaar.
“Waarom die verschuiving? Er zijn toch al trailers aan de pers voorgelegd!” exclameerde madame.
Het zou om een boekhoudkundige speling van de zender gaan. Een kwestie van bepaalde kosten niet dit jaar, maar wel volgend jaar te mogen/kunnen boeken.
Dus, beste mensen, vergeet de B. Bastards dit jaar. Ze komen er pas volgend jaar aan gewapperd.

Anderzijds staat nu al voor 95% vast dat in diezelfde lente (van 2010) een tweede reeks zal gemaakt worden.
Geen dagen toevoegen aan haar leven, maar leven aan haar dagen, was madame’s opzet. Het ziet er dus naar uit dat ze over een tekort aan ‘leven’ niet zal moeten klagen.

PS. Rond die tijd bloeit waarschijnlijk ook de cotinus (zie foto) die ze dit jaar geplant heeft.

Ze liet het niet blijken. Maar eigenlijk ging ze met een klein hartje naar de filmset. Ze had haar tekst wel van buiten geleerd, maar zou ze geen black-out krijgen? Haar geheugen is immers niet meer wat het geweest is. Ging het er gemoedelijk aan toe? Of was het een strenge regisseur? Was de kledij die ze moest meebrengen wel goed? “Gewoon dat wat je draagt om thuis te poetsen,” hadden ze telefonisch laten weten. Maar madame poetst niet. Madame heeft een poetsvrouw. Ze had in het productiehuis van “The Bastards” met de rapte een bloemetjesschort mee gegrist. Verder  opteerde ze voor een jeansbroek en een T-shirt. Poetsvrouwen dragen tegenwoordig toch een jeansbroek? Of niet?

Madame moest zich om 9u voor de make-up aanmelden in een mobile-home. Ze was (zoals steeds) ruim op tijd. Na twee keer de bewuste straat heen en weer te hebben gewandeld, arriveerde de mobile-home. De bestuurder vloekte: “Verdomde files! Normaliter ben ik op 15 minuten hier. Nu deed ik er 40 minuten over.”
Diezelfde files maakten dat de voltallige crew (productieleider, regisseur, productieassistent, cameramannen, kleedster, make-up dames, geluidsmannen, figuranten, blockers (= degene die het verkeer tegen houden)  enz) pas 1,5 uur later voltallig waren. Intussen was madame wel gekleed (de door haar uitgekozen kledij werd goedgekeurd), geschminkt en gekapt. Dat laatste was in enkele minuten met wat borstelstreken en een zware wolk haarlak gefikst.
“Oh! jij hebt gemakkelijk haar,” zei de make-up mevrouw terwijl ze een afgrijselijk Fabiola-kapsel creëerde. Maar ja, madame moest de bemoeizieke buurvrouw spelen.  En zulke types zien er nooit favorabel uit.

Ze had geen black-out. Heel even was er wel een taalgevoelige discussie. Madame had gezegd: “Je weet toch dat de helft van de huizen van de Pitabuurt van hem is.” Volgens een assistent had ze moeten zeggen: “Je weet toch dat de helft van de huizen van de Pitabuurt van hem zijn".
Ach wat! Madame moest toch dialect spreken en ze paste haar tekst desgewenst aan.

De bemoeizieke buurvrouw (alias madame) moest haar uitleg doen tegen Lien en Guy. Beiden gemoedelijke luitjes. Tot genoegen van madame. Want vedette-cultus is haar ‘meug’ niet.

Het oude paar

Een oud koppel posteerde op het plein. De blik van het heertje speurde in het rond. Zodra hij een viriele jongeman in het vizier kreeg, gaf hij zijn vrouwtje een por.
‘Kijk! Die daar!” zei hij.
Het vrouwtje knikte goedkeurend en beiden sjokten ze naar de jongeman.
“Excuseer mijnheer, mag ik eens wat vragen?” vroeg het heertje beleefd.
De vriendelijke jongeman bood meteen een luisterend oor.
Het heertje stak voorzichtig van wal.
“’t Is misschien een indiscrete vraag, maar… Dit is mijn vrouw. Je ziet, ze is een stuk jonger dan ik.   Enne… tja, op mijn leeftijd gaat niet alles zo gemakkelijk meer. U begrijpt het wel, hé? Alles wordt wat stroever. Maar zij is nog vurig. En voor onze relatie zouden we..  Nu ja… Heb je toevallig geen zin om eens op een avond langs te komen bij ons, voor een… euh… lichamelijk contact? Je zou ons daar echt mee helpen.”
De jongeman keek het oude koppel meewarig aan.
“Spijtig,” zei hij, “maar ik val niet op vrouwen.”
”Tja, dat is dan écht spijtig,” antwoordde het heertje en dwong zijn vrouwtje zachtjes om de aftocht te blazen. Ze volgde hem, ietwat onwillig.
”Toeme!” zei ze, “dat was nu eens ne knappe gast!”

Krantenartikels

(uit de gazet van Antwerpen)
Bejaarde Bastards
Bij 2BE is er één nieuw programma in de maak, Benidorm Bastards. Bij nader toezien blijkt het een variant van Tragger Hippy, met dit verschil dat het dit keer senioren zijn die jonge mensen in de maling nemen voor de verborgen camera. Deze bejaarde Bastards komen later dit najaar in actie.

(uit TV-visie)
Nog nieuw, maar voor later dit najaar, is ‘Benidorm Bastards’, een typisch candid camera programma. Of toch niet. Het opzet is dat het de oudjes zijn die jongeren bij de neus nemen. En toegeven, de eerste beelden die de verzamelde pers te zien kreeg, waren ronduit hilarisch. Veelbelovend, alleszins.

Vorig jaar, toen den Tom nog de vedette was in dat bepaald tv-programma, kreeg hij af en toe een pak rammel. Niet iedereen apprecieerde immers zijn grappen en grollen. Het was dan ook met een bang hartje dat madame de volgende opdrachten uitvoerde.

 

Parkeren
Het oude paar was uitgedost als "Knokskes” (= intern jargon voor: deftige luitjes van Knokke). Het dametje droeg een hoed met voile en brede rand. Haar outfit glinsterend van de gouddraad. Het heertje, compleet met hoed en das, reed voorzichtig  hun wagen een nauw straatje in. Daar stopte hij. Het dametje stapte uit en hielp haar man om de wagen netjes in het midden van de straat te parkeren. Dan stapte ook hij uit. Gearmd vervolgden het koppel te voet hun weg. Dat de auto’s achter hen niet meer door konden, kon hen worst wezen. 
De chauffeur van een bestelwagen stapte uit en begon te tieren en te schelden. De Knokskes keken niet om. Ze waren selectief doof. Maar hun harten gingen wel te keer. Agressie in het verkeer is de dag van vandaag immers schering en inslag.

De broek
Een oud mannetje sukkelde moeizaam  met zijn looprekje over het zebrapad. Van de andere zijde stak een oudere madame over. Ze kruisten elkaar in het midden. Toen ze mekaar net voorbij waren draaide die madame zich om en trok de broek van het mannetje omlaag. Daarop liep ze weg, grinnikend en spottend.
Het oud mannetje stond er zielig te staan, met zijn broek op zijn schoenen. Mensen schoten hem te hulp. Inmiddels regende het scheldwoorden naar het hoofd van de daderes: Smerige teef! Vranke tik! Schunnig wijf!..

Gelukkig schoot de productieassistent telkens als een pijl uit een boog naar de ‘gedupeerden’  om de situatie te verklaren. Waarop dan een ontladende lach volgde. Oef!

Schattie

schattie Is het niet hartverwarmend wanneer een zoon voor het eerst zijn geliefde voorstelt, de verliefde ogen van het stel te zien schitteren, deelgenoot te mogen worden in dat pril geluk? 
Dat genoegen viel mijnheer en madame vorig weekend te beurt.
ET stelde Schattie voor. Een stralende jongedame. Al was moeilijk uit te maken wie het meest straalde. ET of Schattie?

Welkom bij de bende van mijnheer en madame, Schattie! Enne… je hebt niet alleen ET’s hart verovert… ;-)

Nog drie weken. Dan zijn de opnames ingeblikt. Maar voor het zover is…

Gisteren waaide een telefoontje binnen, met de vraag of madame tussendoor eventjes kon meedraaien in een aflevering van “Zone Stad”.

Welja, waarom niet? Ze kent nu de knepen van het vak. :-)
En de vier replieken die ze moet zeggen, zal ze wel van buiten geleerd krijgen,zeker ?  :-)

Telegeleid

Vorige vrijdag toerde op het Koningin Astridplein te Antwerpen een madame rond in een elektrische rolstoel. Op zich geen vermeldenswaardig feit, ware het niet dat een bende licht gestoorde scenarioschrijvers er een flinke brok absurditeit aan toegevoegd hadden.
Op de rolstoel was namelijk een droogkap gemonteerd. Een authentieke, antieke droogkap waaronder een watergolf gebakken wordt. De madame in kwestie had krulspelden in en zat rustig onder de droogkap een tijdschrift te lezen. Ze hoefde de rolstoel niet te besturen want een vernuftig brein had de rolstoel omgebouwd tot een telegeleide wagen.
En daar bolde die rare attractie onder haar droogkap, volledig overgeleverd aan de vakkennis en kapsones van een hobbyist die met telegeleide autootjes en vliegtuigjes kan spelen.
Verbaasde reacties en lachers alom natuurlijk.
Hoewel de camera’s van alle kanten flitsten bleef die madame rustig haar tijdschrift lezen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was om met een telegeleide rolstoel-droogkap op het Astridplein rond te sjezen.

She’s back!

Madame kwam telkens afgepeigerd thuis.  Het acteerwerk op zich is niet echt vermoeiend, al vergt het voortdurend concentratie. ‘t Was de fysieke inspanning die haar de das omdeed. Veel staan (wachten), ettelijke kilometers te voet afleggen, het wreekte zich na haar renteniersleventje. ‘s Avonds had ze geen greintje fut meer. Dan plofte ze in de zetel, legde de benen omhoog en binnen de kortste tijd dommelde ze in.

En zo kwam het dat madame ettelijke weken uit blogland verdwenen was.
But! She’s back!
Hou je vast aan je bretellen,
Morgen heeft ze weer veel te vertellen.

Opzienbarend

De cafébaas overschouwde zijn terrasje. Plots liep hij de gelagzaal binnen.
”Hé mannen! Dat had je moeten zien! Daar reden twee oude madammekes voorbij, in een ‘deux-pièceke’, met een helm op… Op een quad!”

Madame had boodschappen gedaan. Nadat ze de voedingswaren in de autokoffer gezet had, sloot ze de auto af. Een gewoonte die ze zich aangemeten heeft vanwege het ambetant alarmsysteem. Want laat ze de auto ongegrendeld achter terwijl ze het winkelwagentje parkeert, bestaat de kans dat hij bij de eerstvolgende klik of aanraking een hoge keel opzet.
Toen ze terugkwam van de winkelwagenparking merkte ze dat het alarmlampje niet brandde. Dat betekende stront aan de knikker. Want na afsluiten van de wagen moest dat lampje branden. Ze klikte en klikte op de autosleutel, maar het lampje reageerde niet. Was de auto dan los?
Voorzichtig opende ze het portier op een kier. Ze hield haar hart vast, want ze verwachtte een hels lawaai.
Het bleef echter muisstil.  Maar kijk daar! Nu brandde het alarmlampje! Ze klikte en klikte en probeerde te starten. Maar dat stom lampje bleef branden en de auto wilde niet starten.
Gefrustreerd stapte ze uit, sloeg de deur dicht en zette aan de buitenkant haar verwoede klikpogingen verder. Dat. rood. lampje. moest. uit!
En opeens… doofde het lampje.
Madame prees alle gevleugelde wezens in de hemel. Ze opende het portier…
Wieë wieë wieë… Het alarm sneed door merg en been. De schrille klank overstemde madame’s gesakker en gevloek. Met een mond vol Engelse onwelvoeglijkheden smeet ze het portier dicht en klikte des duvels op de autosleutel.  Na drie helse minuten daalde de stilte neer. Tijd om te mediteren.
Als het alarm op staat, start de auto niet. De communicatie met het alarm werkte van geen kanten.  Dus…
Ze stapte het grootwarenhuis binnen.
“Heb je toevallig een schroevendraaier bij de hand, juffrouw?”
Nee, dat had ze niet. Maar wel enkele dunne kassasleutels waarmee madame de alarmbediening kon los wrikken. En daar kwamen ze te voorschijn. DE batterijtjes. Want, volgens madame’s logica waren die batterijen plat.
”Hebben jullie zulke batterijen?” vroeg madame.
Driedubbele pech. Zulke batterijen verkochten ze niet.
Te voet naar de fotowinkel was ook geen oplossing. Want op maandag is die zaak dicht.
”De juwelierswinkel is wel open.” zei de juffrouw aan de kassa, die intussen gaan informeren was bij haar collega’s. De schat!
Te voet naar de juwelierswinkel, met een scheef oog op de donkere wolken gericht. Want het zag er dreigend uit. “Nu nog een plensbui op mijn kop en het pechplaatje is compleet,” dacht madame. Maar het weer was haar gunstig. En het assortiment batterijen van de juwelier ook.
Ze verving de batterijen. Klikte. Startte…
Het motorgeluid dat daarop volgde was muziek in haar oren. De stress die zich tijdens dit rotavontuur opgehoopt had, ebde weg. Het was al bij al slechts een uurtje stressen. Wie mekkert daarover, hè?

Strandpret

Een dagje aan zee. Zuster Theresa had er lang naar uitgekeken. Vooral omdat ze in leuk gezelschap zou zijn. Jacobin, een orthodoxe Jood, en Mohammed de mohammedaan gingen mee. Dat ze met z’n drieën een bizar gezelschap zouden zijn, lapten ze aan hun laars.

 

naaktstrand Voor dag en dauw vertrokken ze met het busje richting kust. Ze wilden aanvankelijk naar Bredene, maar wisten de weg niet. Dus probeerden ze te liften. Zoals doorwinterde lifters, met een groot bord, waarop stond: ‘Bredene naaktstrand’. Maar meer dan hilariteit leverde dat niet op. Dan maar naar Blankenberge.
Na een ingetogen gebed op het strand, elk volgens eigen ritueel, gaven ze zich over aan de strandgeneugtes.
Toen zuster Theresa rok en blouse uittrok om in badpak te gaan zonnen, kwam er wel verbaasde commentaar.  Ja zeg, zusters mogen toch ook zonnen, hè?
Daarbij, zowel zij als haar vrienden (in zwembroek) hielden hun hoofddeksel op. Kwestie van hun waardigheid niet helemaal af te leggen.
De ganse dag ravotten ze op het strand. Heel leuk, maar vermoeiend. Vooral het spurten naar de zee, eiste van zuster Theresa een enorme inspanning. Tegen het einde van de dag moest ze haar laatste krachten aanspreken om zich door het mulle zand te slepen. Ze was uitgeput, zowel van de non-stop actie als van het voortdurend schaterlachen.
Vanwege de lange files kwam Zuster Theresa pas om 23 uur thuis. Ze was geradbraakt. Ze heeft drie volle dagen nodig gehad om te recupereren.

Madame’s neef begroette haar vrolijk.
“Daar zie! Mijn nicht! My “nies”! A…a…atchie! Nu ik jou zie, denk ik aan iets. Ga zitten, ik moet je wat vertellen.”
Ze gingen samen op de tuinbank zitten, gezellig op het erf waar de tijd 100 jaar is blijven stilstaan. Hij stak van wal.
”Een paar weken geleden reed ik naar het dorpje X. Ik moest draad hebben voor een omheining. Gaat er al een lichtje branden?”
Madame had niet het minste benul .
”Ik keuvelde wat met de eigenaar van de zaak, zei hoe ik heette, waar ik vandaan kwam. Toen vroeg die gast of ik toevallig een nicht had die in Y woonde of gewoond had. Begint het al wat te dagen?”
Madame had nog steeds geen idee. Dat het over haar ging, was inmiddels duidelijk. Zij was zijn enige “nies” die ooit in Y gewoond had.
”Hij zei dat hij met jou nog verkering gehad heeft.”
”Ach ja!” zei madame, bij wie nu een lampje begon te branden. “Dat tussendoortje! Maar daar weet ik niet veel meer van.”
”Jij moet bij hem nochtans een diepe indruk nagelaten hebben. Hij wist nog alles over jou. Dat je met hem naar een trouwfeest in zijn familie geweest bent en je je, op zijn verzoek, voordeed als een Engelse, dat jullie samen aan zee waren, dat je vader hem niet goed genoeg vond…”
Hortend en stotend kropen de avonturen met ‘het tussendoortje’ vanuit de diepste krochten van madame’s geheugen.
”Ja, nu weet ik het weer,” zei ze. “Ongeveer drie maanden ben ik met hem uit geweest. Hij had een mooie auto, zo’n strijkijzer van een Citroën. Hij reed met mij overal naartoe. Dat vond ik geweldig. Maar toen het bij hem menens werd, heb ik hem de bons gegeven. Ik heb hem eigenlijk onheus behandeld.”
“Trek het je niet aan, meisje.” zei Neef. “Omdat ik familie van jou was heb ik 10% korting gekregen.”

Oudere Berichten »