Feeds:
Berichten
Reacties

Kijk omhoog

De takes verliepen gladjes. (De rol van goedgebekte non leek haar op het lijf geschreven.) Zo gladjes dat er nog een lange terraspauze met de crew af kon. Wat maakte dat madame een bus miste en 5O minuten moest wachten op de volgende aansluiting. Geen nood. Madame vond aangenaam tijdverdrijf. Ze kocht een suikerwafel en zette zich op een bank. Boven haar hoofd filterden dikke boomkruinen het tropisch weer tot frisse schaduw. Terwijl ze gezapig de zoete koek opsnoepte passeerde in haar blikveld een bont allegaartje voorbijgangers. Koel verpozen, een wafel knabbelen en mensjes kijken. Heerlijk tijdverdrijf!

Ze begon net aan de laatste vierkantjes van haar wafel toen ze in een boomkruin wat verderop iets fanatiek hoorde fladderen. Een duif had het blijkbaar aan de stok met een of andere gevlerkte indringer. Toen madame haar blik van de duif loodrecht naar onder liet zakken, ontwaarde ze pal onder de duif een meisje dat op de bus stond te wachten.
”Meisje, meisje, toch!” dacht madame, “je zou beter omhoog kijken vooraleer onder een boom post te vatten. Straks kegelt die duif zo’n witte drekkogel op je kop.”
Kort daarop vertrok het meisje. Madame hapte het laatste hokje wafel op. Op dat moment voelde ze een pets op haar kop en drupten wittegekalkte sprenkels op haar bloesje. Ze keek omhoog. De dader knikte eens genoeglijk met de staart en vloog op.
En madame vloekte. “Shit!”

No blog today

Geen nieuw blogje vandaag. Madame is…

… gesmolten.

Kassierster

Het voorbije weekend zat madame chez Chelone aan de kassa. Stel hierbij geen elektronisch kasregister voor, geen goederenband of glazen hokje met ergonomische draaistoel. Madame’s kassa was een toffe stek.
Op de oprit, onder een witte tent in Arabische stijl, stond een houten tafel. Op de tafel: de kassa, zijnde een prachtige Jugendstil koekendoos met een bergruimte die destijds minstens 2 kilo koekjes bevatte. Achter de tafel twee spatieuse rieten zetels waar je je met sterallures kon in uitspreiden. Wat madame dan ook deed. Ze vleide zich neer en genoot van de pracht en praal. Want ook al zat ze op de oprit, het zicht op Chelone’s tuin was ook van daaruit een lust voor het oog. Alleen als er bezoekers kwamen, die ter gelegenheid van de Open Tuinendag Chelone’s botanische luister wilden bezoeken, zette ze zich even in commerciële positie.

Zaterdag, kort na opening van de kassa druppelden de eerste BB’s (=Bekende Bloggers) binnen, zij die hadden afgesproken om aan het bezoek aan Chelone’s tuin een gezellig onderonsje te koppelen. Want je moet weten, Chelone’s tuin is een oase, een gedroomde plaats om tot rust te komen. En dus de perfecte plaats voor een aangename namiddag/avond met gelijkgestemde zielen. (Slechts 1 BB-er bracht er door gegiste omstandigheden een stukje van de nacht door. Maar het is hem vergeven. :-) )

Zondag was madame nog eens van dienst. Met alle plezier. Want chez Chelone is het heerlijk toeven. Bezoekers verwelkomen, hen desgevraagd een beetje uitleg geven, de kindjes een snoepje meegeven, allen een prettige dag wensen en/of uitwuiven. Het was een kolfje naar madame’s hand. Hopelijk mag ze aanstaande zaterdag nog eens gaan helpen. De combinatie sociaal contact (zowel met de bezoekers als met de gastvrouw) + de heerlijke tuin is so relaxing!

Knappe grieten

Madame was op stap met vier jonge mannen. Jong wil zeggen: tussen de 25 en de 30. Een van hen was een prille huisvader. De anderen waren nog loslopend wild. En die gasten hadden hun ogen niet in hun zak. Geen enkele knappe griet ontsnapte aan hun keurende blik.
“Heerlijk zo’n mooie zomer!” zeiden ze. En daarmee doelden ze niet alleen op het weer. De luchtige kledij van de jonge blommen zat daar ook voor iets tussen.
“Kijk daar! Wat een stuk!”
“Gosh! Die heeft bijna niets aan! Dat is er over.”
“Moet je die zien! Goed geproportioneerd en stevig, jongens! Stevig!”
Ze hadden het allemaal te pakken, de uitbundige vrijmoedigheid op een eerste stralende zomerdag.
Ze merkten de pretlichtjes in Madame’s ogen niet, die meegenoot van hun onbevangen commentaren. Op een zeker moment werden ze er zich van bewust dat er een oudere dame in hun midden zat en ze verontschuldigden zich voor hun liederlijk gedrag. Madame proestte het uit. Dachten die gasten nu echt dat madame aanstoot nam aan de leuk geformuleerde opstootjes van hun hormoonhuishouding?
”Maar mannekens!” zei madame, “Moet je mijn familie kennen. Wij doen niets liever dan “kleedjes passen” en met spek schieten.”
Heel even was er ongeloof in hun blik. Daarna gloorde guitige samenzwering op hun gezicht. Ja, er was zelfs een zweem van appreciatie.
Met die carte blanche in handen, kozen ze als slachtoffer (dat madame in de luren moest leggen) telkens voor een mooie griet.
”Dat levert mooie beelden op,” zeiden ze.
Ja, ja…

Na vijf takes, mét mooie grieten, opperde madame: “Zeg mannen, die mooie grieten… allemaal goed en wel. Maar ik wil ook wel eens aan mijn trekken komen, hè.”
Hihi. Het volgend “slachtoffer” was een knappe gast.

Blaren

Ze had donderdagochtend nieuwe schoentjes aangedaan. Geen al te best idee. Want kort na de middag had ze op twee tenen een joekel van een open blaar. Met de obligatoire wandelstok lopen ging allengs echter lijken. Niemand die er nog aan twijfelde: dat madammeke was slecht te been.

Teen 1 genas tijdens het weekend. Teen 2 niet. Zodra hij schoeisel gewaar werd, prikte het. ’s Maandags zat er niets anders op dan met haar bruine sandalen naar “het werk” te vertrekken. Met de tenen bloot. Heerlijk pijnloos.

De kleedster zocht voor madame een fleurig mantelpakje uit. Een rok met gele en wijnrode bloempjes op een zwarte achtergrond en dito vestje. Het was wel anno 1975, maar ‘ t had het gewenste effect. Madame voelde het aankomen. Onder die outfit waren haar bruine sandalen een tang op een varken.
”Doe nu deze schoentjes eens aan,” zei de kleedster en reikte madame een paar zwarte glimmende lakschoenen aan.
“Ok, alles voor de kunst,” dacht madame, schoof haar voeten in de lakschoenen en dwong haar gezichtsspieren om geen krimp te geven.
Toen ze na de performance de lakschoentjes uitmikte, bloedde de blaar. En morgen moet ze opnieuw aantreden! Maar ze heeft er iets op gevonden. Ze zocht in haar eigen kleerkast de perfecte outfit voor de takes van morgen. En daar passen haar bruine sandalen wel onder.

Het is her en der geweten: op het toilet bij mijnheer en madame hangt wc-papier met op ieder blaadje een gestanst medaillon. Zeezicht vond het (tijdens een blogmeeting) mooi toiletpapier. Madame vindt het zacht en praktisch toiletpapier.
De sub reclame op het pak vermeldt: “1 vel kan genoeg zijn”. Madame heeft er een punt van gemaakt om de aanbevolen hoeveelheid niet te overschrijden. Na een kleine boodschap gebruikt ze slechts één vel. En dat volstaat echt. De reclameopdruk van de toiletpapierfirma is correct.
Maar wat doet madame als op het einde van de rol pardoes de laatste twee velletjes loskomen?
Ook dan gebruikt ze maar één velletje. Het andere legt ze netjes op de rand van de lavabo voor de volgende plasbeurt. Madame’s bescheiden bijdrage aan het natuurbehoud.

Gniffelend kwam mijnheer die avond naar madame toe. Ze zat aan haar computer en had niet meteen door dat hij naast haar stond. Plots voelde ze een kus op haar wang. Aangenaam verrast keek ze op en staarde in een paar guitige ogen. Meteen daarop legde mijnheer een velletje toiletpapier naast haar keyboard.
”Ja, dat leg ik altijd op de rand van de lavabo, als…”
Haar verklaring strandde. Want plots zag ze dat in het medaillon een tekst geschreven stond. Ze las: “Ik zie u heeeel graag! xxxxx”

En nu?
Gaat madame dat blaadje nog gebruiken?
Nee.
Houdt madame het velletje toiletpapier bij?
Ja.
Zal ze het inkaderen?
Hm…. Misschien. :-)

Vechtersbazen

Een film crew struinde door de winkelstraten van Mechelen, op weg naar een volgende set. Plots zagen ze in de inkomhal van een kledingzaak twee mannen op de grond een robbertje vechten. Beiden droegen donkere kleding. Het was een kluwen. Je kon niet zien wiens delen boven of onder lagen. Het ging er hardhandig aan toe. Er werd gekreund, geslagen, gevloekt, gebokst, gekermd.
De productie assistent, een jonge kerel, kon het niet aanzien.
“Ik ga helpen,” zei hij.
”Nee,” riep de regisseur, “niet tussenkomen!”
Heel even kon de productie assistent zich bedwingen. Maar dan werd het hem toch te gortig. Hij liep naar vechtersbazen.
”Heb je hulp nodig?” vroeg hij aan de knokkende kerels.
Een schorre stem, die onmiskenbaar uit een welhaast dichtgeknepen keel kwam, zei: “Ja, maar bel eerst de politie.”
Vliegensvlug haalde de productie assistent zijn gsm boven. Tussen het bellen en de aansluiting mompelde hij in madame’s richting: “een van hen is van de security.”
Na een kort en duidelijk telefoontje, rende hij terug naar de vechtersbazen. Hij plofte met zijn volle gewicht op de benen van “de slechte”, zodat de security man de romp in bedwang kon houden.
Hoewel de situatie ernstig was, zorgde de productie assistent voor een komische aanblik. Hij lag languit over de benen van de gijzelaar, zo rustig als een Romein die aan tafel aanligt. Het hoofd rustend op zijn handpalm. Zo van: laat de karaffen wijn en de druiven nu maar komen.
Geen drie minuten later arriveerde de politie met loeiende sirenes en leidden de man op. Een winkeldief, zo bleek.
De security man dankte de productie assistent.
“’t Is niks,” was het antwoord. Doodkalm vervoegde hij de film crew en deed alsof er niets gebeurd was.
Bij de toeschouwers, die intussen in drommen toegestroomd waren, haalde een man de schouders op. Met de handen gespreid als een pastor die zijn parochianen in vrede naar huis stuurt, zei hij: “Dat is Mechelen.”

Een droom

daydreaming Terwijl de regen in bakken uit de hemel viel, droomde madame zichzelf weg naar het warme Zuiden. Naar een villa met alles er op en er aan. Een hemelsblauw zwembad voor de deur, een buitenterras waar een schitterende bougainville van af druipt. Een wijds uitzicht op rijpe wijngaarden. Aan de einder schildert de zon zengende vibraties. Af en toe sjirpt een krekel. Een briesje tempert de Zuiderse temperatuur.
Mijnheer neemt een frisse duik. Madame gaat aan tafel zitten, op het terras, onder de bougainville. Ze neemt een stukje kaas en nipt van een glas rode wijn. Is this heaven?
Ze pakt haar laptop en schrijft. Ze laat zich inspireren door de Provence, zoals Albert Camus, Alphonse Daudet…

Zijn dromen bedrog? Misschien wel. Maar sommige dromen kan je een zetje geven.
Madame googlede twee dagen. Toen was alles geregeld. Midden september rijden mijnheer en madame naar het Zuiden van Frankrijk. Naar een villa met alles er op en er aan. Een hemelsblauw zwembad voor de deur, enz.

Modern sprookje

Er was eens een bejaard vrouwtje.  Ze woonde in een huisje met een tuintje en leidde een rustig en zorgeloos leventje. Zo zorgeloos en rustig, dat ze te weinig energie verbruikte en ‘s avonds nooit moe was. Tot laat in de nacht zat ze aan haar computer. Ze dronk ook slaapmutsjes. En als ze uiteindelijk dan toch naar bed ging, las ze nog tijdschriften. Pas dan viel ze in slaap.
Op zekere dag, toen ze haar mailbox opende, waaide een advertentie binnen.
”Gevraagd: 60plussers met pit en gevoel voor humor om mee te werken  aan een candid camera programma.”
Het vrouwtje voelde zich meteen aangesproken. Want ze lachte graag. En pit had ze ook wel.
“Wel, wel, wel,” dacht ze. “Dit is een kans om niet alleen meer jaren aan mijn leven toe te voegen, maar ook meer leven aan mijn jaren.” En ze solliciteerde pardoes voor de job. 
Veel hoop dat ze zou geselecteerd worden, had ze niet. Maar een screening mogen meemaken, was voor haar al boeiend genoeg.  
En wat gebeurde er? Het vrouwtje doorstond alle testen en werd geselecteerd.
Daar stond ze dan, verbaasd en overdonderd, met een contract van drie maanden in de hand.
Drie maanden! Moest ze drie maanden non-stop met een filmploeg het land afschuimen?
Gelukkig niet. De producer had rekening gehouden met haar eerbiedwaardige leeftijd. En met die van haar collega’s. Want er waren nog vijf oudjes geselecteerd. Om beurt, of in kleine groepjes, moesten ze maximaal drie dagen per week draaien.
En wat moesten die oudjes dan wel doen? Ze moesten zich nog ouder voordoen dan ze al waren en jongeren in het ootje nemen.  
Het vrouwtje dacht: “Dat is een gemakkelijke klus. En nog leuk om doen ook.” Maar niet iedere take lukte meteen. Soms was de reactie van de jongeren niet leuk genoeg. Of ze was wel leuk, maar hoopte de regisseur nog een betere te kunnen vangen. Dus moest het vrouwtje telkens opnieuw beginnen. En dat betekende vaak: wachten en wachten en wachten tot er weer een jongere in het gezichtsveld van de camera liep.
Na zo’n draaidag was het vrouwtje heel moe. En zo kwam het dat ze ‘s avonds niet meer computerde maar vroeg naar bed ging. Zonder slaapmutsje, zonder tijdschrift viel ze als een blok in slaap. En dan droomde ze. Van een varken met een lange snuit. En het verhaaltje is uit.

Jeugdige reactie

two-old-ladies Hoe reageren jongeren als twee oude dametjes hen voor schut zetten?
Heel spontaan.
Zoals bijvoorbeeld verontwaardigd roepen en tieren: “Jullie smeerlapjes!”

Madame hiphopt

Ze moest één strofe van buiten leren. Tegen morgen. Acht luttele Engelse zinnetjes. Nu, zo luttel waren ze dan ook weer niet. De tekst was onsamenhangend. Er was geen touw aan vast te knopen. “Sabotage” van de Beastie Boys mag dan “kei fak” zijn, hun lyrische ontboezemingen dreven madame tot wanhoop.
Het duurde uren vooraleer ze die ene strofe feilloos kon playbacken.

Dan de freestyle robothiphop er nog aan toevoegen. Madame heeft gevoel voor ritme, dus zo moeilijk kon dat niet zijn.

Driewerf helaas! Zodra ze vollenbak aan ’t hiphoppen ging, floepte de songtekst in een zwart gat. Haar lippen hinkelden achterop. Waarop madame’s knetterende krachttermen het beestige van de Beastie Boys overstemde. Was haar f#cking geheugen een zeef?

Opnieuw en opnieuw repeteerde ze de tekst. Tot de woorden er zo mechanisch uitrolden als uit een hammondorgel.

Restte nog één oefening. Ze moest de vingers van beide handen soepel tot het ‘heavy metal devil’ teken kunnen plooien. Weer geen sinecure. Het vergde heel wat vingergymnastiek voor ze ook dat onder de knie had en feilloos kon combineren met bovenstaande oefeningen.

’s Anderendaags hiphopte madame er lustig én foutloos op los.

Valencia-strand Een dagje aan zee was een welgekomen afwisseling. Ze wandelden drie kilometer langs de promenade. Aan de ene kant de zee en een welhaast verlaten zandstrand. Aan de andere kant een frisse, groene gordel. Een aangeplante groene gordel weliswaar. Maar wel leuk om zien. Met fitnesstoestellen en…

 Valencia-draaien

Wat was dat? Een toestel ter ontwikkeling van de biceps? Of zet je een mechanisme aan de gang als je aan zo’n wieleke draait? Mijnheer-de-techneut wou dat natuurlijk uitproberen. Hij draaide en… er gebeurde niets. Pas toen realiseerden hij zich dat het kinderspeeltuig was. Parmantig zicht die grote mijnheer in de speeltuin.

Valencia-fontein Ze namen ruim de tijd om deze fontein te bewonderen. Hoewel het er op leek dat de zeilen defect waren. Volgens mijnheer de techneut moest uit de gaatjes van de grote mast ook water sproeien. En gelijk had hij, zoals madame na de reis ‘speurneusde’. Zie http://farm2.static.flickr.com/1038/591078004_ff964efb3d.jpg?v=0

Natuurlijk waren er de obligate restaurantjes en cafeetjes. Opmerkelijk was wel dat de meeste terrasjes met glas afgesloten waren. “Waarschijnlijk vanwege de airco,” zei mijnheer. Dat leek logisch. Maar er was blijkbaar nog een andere reden…

Mijnheer kozen een open terrasje uit. Ze genoten met volle teugen. Mijnheer van een biertje, madame van spuitwater. (Bras- en schranspartijen reserveerden ze voor ‘s avonds.) Lekker weer, een koel zeebriesje, tjilpende vogeltjes die het aanbouwterras in en uit vlogen… Aan de vlekken op het meubilair te zien waren het huispoepmussen. Onversaagd bewogen ze zich tussen de klanten, op zoek naar spek voor de bek.
Aan een aanpalend tafeltje zat een jongeman tapaz te eten. Een familie huispoepmussen keek van op de grond gretig toe. Tot een van hen zijn goesting niet meer kon onderdrukken.
Valencia---diefjeHet vloog op en landde knal voor een bord gebakken aardappelen. Een moedig beestje. Want het vloog pas weg toen de jongeman het met zijn vork (zachtjes) op de kop tikte. Maar opgeven stond niet in zijn vogelwoordenboek. Het posteerde zich opnieuw voor de gebakken aardappelen. En knip! Nog voor de jongeman kon reageren was het ribbedie met een grote gebakken patat.

Valencia-Albufera “Vijftien kilometer buiten Valencia ligt la Albufera, een groot zoetwatermeer omringd door rijstvelden. Je kunt er een tripje maken met een vissersbootje en de palingen en vissen zien zwemmen. Er zijn veel paellarestaurantjes. Probeer daar een paella met paling, knoflook en peper.”
Aldus de reisgids.

Er reden meerdere toeristenbussen per dag van en naar Albufera. Mijnheer en madame zouden op de middag de toeristenbus nemen (boottochtje was inclusief), een paella met paling gaan eten en met de laatste bus terugkomen. Dat was buiten de toeristische melkerij gerekend. Het ging als volgt.
Valencia-boottocht Allemaal in de bus. Rijden, rijden, rijden. We zijn er. Allemaal uitstappen. Nu allemaal naar de bootjes. Instappen! Het bootje vaart. Kijk! Grauwe reigers! De fototoestellen klikken. Het water is troebel. Geen vissen te zien. We zijn er. Uitstappen. Allemaal naar de bus.
Ho! Wacht! Madame wou nog gaan paling eten!
“Wij nemen de volgende bus,” zei ze tegen de (vrouwelijke) chauffeur.
”Kan niet,” antwoordde ze, “tenzij mits betaling van toeslag.”
Madame vroeg niet hoeveel de toeslag bedroeg. Ze voelde zich toch al bekocht en zwoer: “Nooit of nooit stap ik nog op een toeristenbus.”

Over de gezellige etentjes met lekkere wijn in dit verslag geen woord. Het zou je speekselklieren kunnen overbelasten. Weet alleen dat mijnheer en madame gesmuld hebben. Vooral de horchata, een typisch, alcoholvrij Valenciaans drankje, vonden ze lekker. Voor het recept, zie hier .

This is the end, ladies and gentlemen. Valencia is voor mijnheer en madame geen stipje meer op de Spaanse landkaart. Het is een bruisende stad waar ze mooie herinneringen aan over houden.

Valencia---plantentuin Madame had er lang naar uitgekeken. La ciudad de las artes y las ciencias. Ze beschouwde het als het hoogtepunt. Een park van 350 000 m² groot (amai mijn voeten!) met vijf futuristische bouwwerken. Aan een zesde mastodont, die lijkt op een verticaal staande muil  van een walvis, wordt volop gewerkt.

Valencia---Hemisferic Er alles op één dag bekijken is onmogelijk. Dus opteerden mijnheer en madame voor twee tentoonstellingsgebouwen: het museum van de wetenschap en het oceanografisch museum.

 

 

Valencia---wetenschap Wetenschap
”In dit museum van de wetenschap is het verboden niets aan te raken” stond in de reisgids. Madame juichte. Ze mocht er overal met haar fikken aanzitten! Jochei, jochei!
Helaas. Ettelijke scholen hadden die dinsdag uitgekozen voor een pedagogische studiereis. Die ettertjes van scholieren bezetten haast al het aanschouwelijk Valencia---wetenschap-2 materiaal. Slechts hier en daar konden mijnheer en madame op knopjes drukken of aan hendeltjes trekken.
Het experimentele van deze tentoonstelling was vergelijkbaar met Technopolis. Vergelijkbaar? Wel, mijnheer en madame hadden de indruk dat Technopolis heel wat meer te bieden heeft. Voor een wetenschapsmuseum met internationale faam schoot het museum in Valencia trouwens schromelijk tekort. Op de informatieve borden stond alles wel in het Spaans (grote letters) en het Engels (kleine lettertjes) uitgelegd. Maar de experimentele toestellen/computers gaven uitsluitend Spaanse uitleg en/of resultaten.

Valencia---oceanografic-1 Oceanografic
Een bezoek aan dit museum hadden ze er bij gepakt omdat er een onderwaterrestaurant was, waar je tussen de vissen kon eten. Madame vond dat een geweldig vooruitzicht:  vis eten terwijl de vissen in je bord naar hun gegarneerde makker kunnen kijken.

 

 

Valencia---kwallen

 

Hoewel ze aan het wetenschapsmuseum weinig tijd besteed hadden, in de oceanografic hadden ze tijd te   kort. Het was een fantastische tentoonstelling. Alle vissen uit de vijf continenten waren er tentoongesteld. Van kwallen tot walvissen. Een indrukwekkende verzameling.  Uren vergaapten ze zich aan de wonderbaarlijke collectie. 45.000 zeedieren. Daar ben je een tijd mee zoet.

Valencia---walrus Bij de walrussen bleven ze geruime tijd staan. Vrouwtje walrus hield blijkbaar van het gapend publiek. Ze drukte haar snuit tegen de ruit tot haar lippen open gingen en een roze tong op de ruit plakte. Madame ondertitelde het grappige gebeuren: “de tongkus van een walrus”. Er een foto van maken was  helaas niet mogelijk. Fotograferen mocht, maar zonder flits. :-(

Valencia---onderwaterrestauHet onderwaterrestaurant was poepchic, maar niet veel duurder dan een ander restaurant. Het was een rond gebouw. De volledige zijkant was één groot aquarium. Op de bodem laveerden enkele roggen. Voor de rest bestond de bevissing uit zilverwitte vissen die in de richting van de klok zwommen, of beter: raceten.  Zo snel dat madame een Kempische uitdrukking niet onderdrukken: “Amai, die gaan er nogal een poep vandoor!” Slechts enkele macho’s waagden het om zich met dezelfde snelheid in de tegenstelde richting te Valencia---visrestaurantmanoeuvreren. En hoewel het spookrijders waren, ze slalomdenbehendig en zonder accidenten tussen de scholen door.
FYI De geserveerde vis was super lekker!

 

(wordt vervolgd)

Vanuit een hotel in hartje Valencia begon hun exploratie van de ‘zonovergoten’ stad aan de Oostkust van Spanje. Euh, zonovergoten? De eerste dagen was de tuit van de zon verstopt. Er hing een dik wolkendek. Edoch geen regen. En het was 25°. Ideaal voor stadswandelingen… en terrasjes. Want mijnheer en madame snuiven wel graag wat cultuur op. Maar de hoofdmoot was: rondstruinen, ontdekken, opmerken en gadeslaan.

Voor het hotel was een lommerrijk pleintje met een fontein en een terrasje onder de platanen. Het werd hun vaste stek. ‘s Ochtends stippelden ze er een route uit. ‘s Avonds klonken ze er op de geslaagde dag en keken ze de lengte van hun benen na. Want elke avond opnieuw hadden ze de indruk dat hun benen korter geworden waren. Afgesleten. Van het vele wandelen.

Historische gebouwen

Op het stadsplan leken de historische gebouwen op een kluitje te liggen. Gezichts- en benenbedrog! Vier dagen bezochten mijnheer en madame de stad. Telkens legden ze om en nabij 8km af. En dat met beenspieren die doorgaans in de keuken lummelen of onder een computer hangen. ‘t Was bij wijlen afzien. Maar! Ze hebben veel gezien! Hieronder enkele sfeerbeelden.

Valencia -palacia de la exposicion Valencia---La-Lonja Valencia---Basiliek

Musea
Om het museum van Schone Kunsten te bezoeken (met werken van Espinosa, Velasquez, Goya e.d.) waren ze te laat. :-( Ze vonden het gebouw niet meteen. Toen ze uiteindelijk toch voor de deur stonden zou het museum nog maar een uurtje open blijven. Dan maar verder gewandeld naar het museum van moderne kunsten. Tot hun grote verbazing was de inkom gratis. Gratis! Stel je voor!  Het was een immens gebouw. Zo een waar je met ontzag binnen schrijdt. De bewegwijzering was een ramp. Er waren 6 à 8 zalen. Maar waar? Madame spotte uiteindelijk zaal 5 op het gelijkvloers. Er stond een portier bij de deur. Wou hij de gratis entreekaarten zien? Dat zou toch te gek zijn. No, senores y senoras, in zaal 5 mocht je niet in. Daar vond een of andere happening voor genodigden en/of gegadigden plaats. Dan maar naar de 1° verdieping. Daar waren twee zalen toegankelijk. Mijnheer en madame werden er geconfronteerd met enige “moderne” kunst uit +/- 1950. De andere zalen waren gesloten. Nu ja,  ‘t was gratis. :-(

Natuur/schoon
Het stadsbestuur van Valencia is erg begaan met de netheid van de stad. Geautomatiseerde vuilniskarren die 2 keer per dag de vuilnisbakken leeg maken, een keer overdag en een keer ‘s nachts. Daar kan La Belgique nog een puntje aan zuigen. Parken die er piekfijn bij liggen, fonteinen die buisje per buisje ontkalkt worden, automobiele straatvegers die dag en nacht rond vegen. Valencia is absoluut een schone stad.
Ook de natuur wordt in stand gehouden en geëerd. Valencia is ettelijke mooie parken en botanische tuinen rijk.

Valencia---oude-boomValencia---hoge-boom  Valencia---bloem Valencia---botanische-tuin

 

(wordt vervolgd)

Olé!

De señor en de señora
wuiven hasta la vista.
Ze gaan ‘chillen’ in Valencia,
tot la semana proxima.
De 29ste, ole ola,
zijn ze terug in Belgica.
Dan lees je hun aventura
weer op deze pagina.

De jeugd

De kantoren van madame’s werkgever (van de komende drie maanden) zijn in Antwerpen gevestigd. Omdat Antwerpen een k*tstad is voor automobilisten (zie Disfunctionele huismoeder) maakte madame gebruik van het openbaar vervoer.
Was het omdat een lang weekend voor de deur staat? De autobus zat overvol.
Madame murwde zich tussen een paar lijven, tot ze gekneld stond tussen een malse jongeman en een harde rugzak. Drie handen bezetten het enige houvast in de onmiddellijke nabijheid. De idee dat ze bij de minste beweging van de autobus als een flipperbal tussen de lijven zou stuiteren, beviel madame niet. Nog net voor de bus vertrok vroeg ze aan degene die met de rugzak verbonden was: “Mag ik me aan jouw rugzak vasthouden, juffrouw?”
De aangesprokene keek madame verwonderd aan maar zei toch gul: “ja, ja”. Tegelijk maakte ze plaats aan het houvast, zodat madame toch nog stevig stond.

Keren of draaien was onmogelijk. Dus kon madame zich maar naar één blikveld richten. Dat was een jong paartje. Het was mooi om zien hoe beiden, met elk één oortje van een IPod, van dezelfde muziek genoten. Liefde is, je IPod oortjes delen, toch? Even later begonnen ze tegen elkaar te fluisteren. Ach hoe knus! En dan plots, doet de jongen teken naar madame. Of zij of zijn plaats wou zitten. Madame bedankte heel vriendelijk. Ze ging dat jong geluk toch niet uit elkaar zetten, zeker! Ze vond de geste wel super. Chapeau!

“De jeugd” was ook het gegeven op de werkvergadering. Madame en haar nieuwe collega’s werden ingewijd in de turbotaal van de jeugd. Hieronder het lijstje. Heb je nog suggesties, laat maar komen!

Allez gast bangelijk belachelijk bij iemand crashen
Boeien! Bol af! boozen Boring!
Savakkes/bonnekes Chill Cool Da’s keifak!
Dat is kicken Dat is de max! Dikke vrede/peace Hei dude!
Duhhh! Echt eh! Graaf! Heavy!
heftig Homo Ik zweer het! Loser!
Lul Meent gij dat nu? Mega No fucking way!
Problemen of wa? Relax! Schraal =marginaal seut
slet strak sukkel thankx
vet Heavy shit whatever Wreed/wijs
Respect! Chillen, hè pee! Dat is zo 2007! saffen

Vraag niet naar het nut van deze les. Dat zal later wel blijken. :-)

Voor de terugweg stond een massa volk aan de bushalte. Het leek er sterk op dat madame weer geen zitplaats zou kunnen veroveren. Of, toch? Bij twee jonge meisjes was nog een zitplaats vrij. Ze merkte dat de meisjes ongeduldig achterom keken, alsof ze nog een vriendinnetje verwachtten. Dus vroeg madame: “Komt hier iemand zitten?” Ze knikten benepen en hoopvol ja. Madame was in een gulle bui en nam vrede met een staanplaats. Meteen daarop plofte het achtergebleven vriendinnetje op de lege plaats. Een vierde vriendinnetje moest, net zoals madame, blijven rechtstaan.

In de helft van de reis begonnen twee zittende vriendinnetjes te konkelfoezen waarbij ze voortdurend in madame’s richting keken. Kort daarna stonden ze op en boden het staande vriendinnetje én madame hun plaats aan. Wat een lieve jeugd! Ze mag er dan wel een stoer taaltje op nahouden, ze is voorkomend! Respect!

Zodra madame gezeten was, viel er een stilte. Het gezellig onderonsje tussen vriendinnetjes was niet meer. Omdat die vreemde madame er bij zat? Nee toch! Dat wou madame niet op haar geweten. Ze nam haar lijstje met turbowoordjes en vroeg de meisjes of zij nog wat woorden konden toevoegen? Het ijs was meteen gebroken. Met veel plezier vulden ze aan:
Een player, dat is ene die alle meisjes kan krijgen en ook pakt.
Oh my God! Als we verwonderd zijn.
Joehoe! Als we onder vrienden/vriendinnen afscheid nemen.
Voos: is hetzelfde als ‘schraal’

De initiatie in het leven, gedrag en taaltje van de jeugd was voor madame bijzonder aangenaam. Na vandaag heeft ze zelfs het gevoel dat ze er een beetje bij hoort.

Belazerd

In november vorig jaar maakte madame via Via online kennis met een man uit de Gaza. De verhalen die Via over hem vertelde waren schrijnend. (Zij had ruim twee jaar lang met hem gechat.) Honger, armoede, winter en geen verwarming, angst, oorlogssituatie… Zoveel doffe ellende raakte madame. Ze besloot een steentje bij te dragen. Ze stuurde een som geld, een pakketje met warme spullen en schoolgerief voor de 100 weeskindjes die de Gazaman onder zijn hoede had genomen. Daarop zond de Gazaman mails die bulkten van de dankwoorden. Madame was “an angel, a woman with a rich heart…” et cetera. Geleidelijk werd hij poëtischer. Tot hij madame begon te bewieroken met hoogdravende, Shakespeareaanse liefdesbrieven.
Dat was van het goede te veel. Madame liet hem weten dat ze daar niet van gediend was.
Boter aan de galg. Hij kwijlde voort.
Madame werd slagvaardig.
”Weet je vrouw dat je mij liefdesbrieven stuurt?”
Ach, zijn vrouw had hem verlaten en was na het overlijden van hun zoon – een triest verhaal – terug naar haar ouders gegaan.
De dag daarop stuurde hij weer een liefdesbrief. Was dit de Arabische modus operandi om dankbaarheid te uiten?
Madame nam contact op met Via.
“Schrijft Gazaman jou ook liefdesbrieven?”
In een blozend mailtje gaf Via toe dat hij haar ook wel eens een vurig schrijven stuurde, maar dat ze het interpreteerde als zijn manier van vriendelijk zijn. En ach, als dat zijn leven wat draaglijker maakte.
Madame liet hem dus betijen. Ze beantwoordde zijn vragen, maar reageerde met geen woord op zijn bombastische liefdesverklaringen.

Vorige maand vroeg Gazaman of madame voor hem een businessplan kon opstellen. Hij wou in de olie business, nl. een benzine- en gasstation opstarten. Alsof madame zo maar een businessplan uit haar mouw kan schudden! Ze verwees hem vriendelijk, maar gedecideerd, naar enkele websites met voorbeelden van businessplannen. En vlam! ’s Anderendaags geen bedankje voor de tips, maar een ellenlange liefdesbrief. Deze keer geen “I love you” in alle toonaarden, maar bladzijden vol erotische fantasieën.
Dat was er over!
Madame mailde: “Via! In bijlage een mail van onze Gazaman. Ik weet begot niet meer wat ik met hem aan moet.”

En zo kwam de waarheid aan het licht. Via had namelijk van de Gazaman identiek dezelfde mail ontvangen. Alleen de namen waren veranderd. Ze was danig in haar wiek geschoten. Tijdens de eerstvolgende webcam sessie schold ze hem de huid vol. Ze moet gekolkt hebben, want ze kreeg het voor mekaar om er de waarheid uit te persen.

De Gazaman zorgt helemaal niet voor 100 weeskinderen. Hij heeft een gezin. Een gezin dat bestaat uit zijn vrouw en… negen kinderen. Een tiende kind is inderdaad overleden.

Heel even dacht madame de Gazaman nog een laatste pakketje te sturen. Een grootverpakking condooms. Maar ze koos voor onmiddellijke excommunicatie. Moge hij een knoop leggen in zijn geëxalteerde piemel en pijnlijk sudderen in zijn sperma. Amen.

Schoenenkast

Ze had recentelijk twee paar leuke stapschoentjes gekocht. Schoenen waarmee ze kortelings Valencia gaat plat lopen.
“Nu nog een paar elegante schoenen uitzoeken,” dacht ze, “voor ’s avonds, als we gaan dineren.”
Ze trok de schoenenkast open.
Hemeltjelief! Wat een hoop schoenen! Wat een rommel!
”Niet moeilijk,” dacht madame, “ik koop schoenen bij maar doe er nooit weg.”

Ze zwierde alle schoenen uit de kast en haalde de stofzuiger. Dit was hét moment om de schoenenkast eens flink uit te mesten. Ze stofte de schoenen van mijnheer af. Die mochten allemaal terug in de kast. Hoewel hij die motorbotten nooit meer zou dragen. Mijnheer heeft al jaren geen motor meer en van madame mag hij geen nieuwe kopen. Te gevaarlijk, volgens haar. Mijnheer moet zelf maar beslissen welke schoenen weg mogen.

Dan was het de beurt aan madame’s arsenaal. Veertien paar? Zestien paar? Ze heeft ze niet geteld. Maar ze zou er vast en zeker een serie van kunnen dumpen.
Die zwarte winterbotten, die ze zeven jaar geleden gekocht heeft, die mochten nu wel weg. De tenen staan zo krom als kabouterpantoffeltjes.
“Maar om ’s winters de hond uit te laten, zijn ze best nog goed,” fluisterde een economisch stemmetje.
“Hm,” dacht madame, “eigenlijk wel.” Ze zette de oude botten terug in de kast.
Die platte zwarte. Die zien er niet meer uit. Weg er mee? Ze stak haar voeten er in. Sapperloot, wat zaten die gemakkelijk! Nee, die hield ze toch nog bij.
Die donkerblauwe met hoge hakken hebben nooit gemakkelijk gezeten… It’s now or never! Het werd “never”. Want madame vond dat ze er best nog ergens mee naartoe kon waar ze enkel moest binnen schrijden en daarna een hele avond kon blijven zitten.
Zomerschoentjes, een beige symfonie van smalle riempjes. Ze meende zich te herinneren dat die riempjes in haar vel sneden. Toch nog even passen.
Hé! Die zaten goed! Er mankeerde helemaal niets aan die schoenen! Dat paar kreeg een ereplaats in de kast.

Je voelde het aankomen, hè? Inderdaad, madame heeft niks weg gezwierd. Al haar schoenen staan terug in de kast. Maar wel netjes gerangschikt in een nette kast.

Dominus vobiscum

dominus-vobiscum Rituelen voor overledenen worden geacht zinvol te zijn bij de verwerking van het rouwverdriet. Maar wat de pastoor van de begrafenis van de oma van Joost er van brouwde, was een hemeltergende, ergerlijke schertsvertoning.

Neem een vale pater en trek hem een wit misgewaad aan dat gekrompen is in de was. Smijt daarover een kazuifel. Ziezo. Hij is klaar voor de rouwdienst. Zijn haar kammen was niet nodig; hem wakker schudden ook niet.
Van bij het begin was de grondtoon een sol. Al zijn woorden croonde hij als een orgel waarvan de sol blijft hangen. Zo teemde hij lijzig en monotoon de ene zin na de andere. Slaapverwekkende, muffe, holle frases uit de tijd toen de christenen nog in catacomben begraven werden. Om het inhoudsloze van zijn woorden kracht bij te zetten, pauzeerde hij na elke drie woorden. Waardoor zijn dreunend gezeur leek op een dictee in het eerste studiejaar.
Hoewel hij met de vinger zijn tekst volgde, was hij geregeld de draad kwijt. Bij de les blijven was blijkbaar niet zijn beste kant. In ’t midden van de plechtigheid verliet hij de boel en bleef welgeteld drie minuten weg. Iets vergeten? Plasje doen? Als het dat laatste was, moet ook dat geklaterd hebben als een sol.

Ook bij de plechtigheid aan het graf was hij even ribbedebie. Hij was blijkbaar zijn kwispel vergeten.

Een vergetelheid, tot daar aan toe. Maar aan dat ongeïnteresseerd, monotoon, holle gebazel ergerde madame zich mateloos. Als zij begraven wordt, wil ze dat de moderator van de rouwdienst gescreend wordt. Is het een ouderwetse zageman, begraaf madame dan maar in Suriname, met een fanfareorkestje en dansende kistdragers.

De bedrijfsarts had op mijnheers longen een wit vlekje ontdekt. “Het vlekje is te gaaf om op een aandoening te wijzen,” had hij gezegd, “volgens mij is het een condens druppeltje. Laat via je huisarts nog maar eens een röntgenfoto nemen.”

Drie maanden, een röntgenfoto en twee CT scans later was hetzelfde vlekje er nog steeds. Niemand wist te zeggen wat het was. Uiteindelijk werd mijnheer doorverwezen naar een pneumoloog.

Mijnheer kwam thuis.
“Dat heb ik nog nooit meegemaakt! Zo’n dokter!”
“Oei,” zei madame, “een academisch type?”
“Integendeel,” zei mijnheer, “een hoogst merkwaardig type. Vind jij het normaal dat een dokter aan je testikels komt voelen als je iets aan je longen hebt?”
“Oh! Je hebt met je ballen laten spelen!” gniffelde madame.

Volgens mijnheers relaas was de pneumoloog vergelijkbaar met Jerry Lewis in “The Nutty Professor. Een flamboyante nerd en een spetterende spraakwaterval. Wat tot komische situaties leidde.
De professor was constant aan het woord. Toen hij de stethoscoop op mijnheers borst legde, stelde hij een vraag. Mijnheer gaf antwoord maar de pneumoloog viel hem in de rede: “zwijg nu eens, anders hoor ik niks.”

Toch heeft mijnheer het volste vertrouwen in the nutty professor. “Hij pint zich niet vast op dat vlekje, hij zoekt naar mogelijke verbanden,” zei mijnheer, “en dat staat me aan.”

Na een onderzoek, dat 45 min. geduurd had, zei de pneumoloog dat hij nu geen tijd had om zich te verdiepen in de CT scan. Maar vanavond zou hij die scan bestuderen. Morgen moest mijnheer nog maar eens langs komen. Een afspraak vastleggen was niet nodig.
“Kom tussen 18 en 20u maar naar hier,” zei hij, “je zal me hier wel ergens vinden.”

En zo ging mijnheer vanavond nog eens naar de pneumoloog. Hij vond de professor terug in zijn kantoor, in een duistere vleugel van de kliniek. Met verve legde de dokter uit welke ingewanden en botten er zoal op de scan stonden. “Volgens mij is dat wit vlekje quantité négligeable,” zei hij. “Waarschijnlijk een oude littekenvorming. Maar als je zeker wil zijn…”
“Een kijkoperatie?” vulde mijnheer aan.
“Maar nee! Daar kan je niet aan met een kijkoperatie! Een echte operatie, met een flinke jaap, zodat we daar achterin kunnen gaan voelen of het vlekje zacht is of hard. Veel meer zullen we niet te weten komen. Maar als ik jou was, zou ik dat niet laten doen.”

Tot slot kwam de verlossende zin: “het is zeker geen kanker.”

Brainstormen

Brainstormen, hoe doen ze dat? Gaan geïnspireerde geesten een paar uur bijeen zitten en spuien ze in ’t wilde weg hun ideeën? Of buigen ze zich met z’n allen over één idee en wordt stelselmatig iets opgebouwd? Gebruiken ze de basistechniek van creatief denken? Madame had het zich altijd al afgevraagd. En als madame zich iets afvraagt…
Met beide handen greep ze geboden kans om een sessie brainstormen bij te wonen. Doel van de sessie: quickies bedenken voor tv.

Daar zat ze dan, geflankeerd door drie jongemannen en een jongedame.
“Ik ben wel benieuwd hoe jullie tot ideeën komen,” zei madame.
“Wij werken volgens een welomlijnd stramien,” zei de jongedame ernstig, maar haar ogen twinkelden. Daarop volgde een bulderlach.
”Geloof haar maar niet, madame,” zei een jongeman, “wij zijn hier allemaal gaga. De ene al meer dan de andere.”
Madame voelde zich meteen thuis.

Het systeem was simpel. Er was een gegeven of een woord en daarop werd gefantaseerd dat het een lieve lust was. Tot in het absurde. Er pikte altijd wel iemand in op een woord, een zin of een geluid (er zat een beatbox bij). Niks was te gek.
- Er ligt een krokodil in haar winkelwagentje.
- Nee, een gordeldier.
- Of een pinguïn.
- Of een muskusrat.
- Dat bijt!
- En een krokodil kwispelt alleen maar met haar staart, zeker.
- Moet het een dier zijn?
- ’t Mag ook een voorwerp zijn.
- Een aambeeld.
- Een joint de culasse.

Twee uur lang speelde madame gretig mee. Daarna werd ze vergast op een koffietafel in de tuin, waar het ginnegappen nog doorging. Want dat was in feite: non-stop gniffelen, gieren, lachen, proesten en schateren. Toch waren het twee productieve uren. Vijf quickies zijn klaar voor gebruik, zes zijn klaar voor verfijning. En madame is weeral een ervaring rijker.

Moeder Kloek

Als de kinderen uitgevlogen zijn, is de klokhentaak voorbij. Dan laat moeder Kloek haar kuikens los en mogen ze hun eigen boontjes doppen. Het loslaten vergt wel enige aanpassing. Ze hun gang laten gaan en je nergens mee bemoeien, tenzij je er om gevraagd wordt… Het wriemelt, zoals een kabel die ontrafeld wordt. Gelukkig maakt die gewaarwording spoedig plaats voor fierheid, als je ziet hoe goed je kinderen op eigen benen kunnen staan.

“Mama, zou je bij ons de living willen behangen?” vroeg Knoopke.
Op zo’n moment is moeder Kloek er weer helemaal.
Zaterdagvoormiddag begon madame er aan. Zondag ging ze door en papte en plakte ze tot de hele living er spiksplinternieuw uit zag.

“Eigenlijk is dat geen werk om op Moederdag te doen,” merkte Knoopke op, “eigenlijk moet jij gevierd worden.”
“Mijn lieve kind,” zei madame, “wat is er mooier dan op Moederdag weer eens actief moeder te kunnen zijn.”

Wise guys

Je treft ze vooral aan in leidinggevende functies, die pedante betweters met hun expressie die recht evenredig loopt met het stijfsel in hun witte boord. Hun blik gevuld met koude verachting die je meteen plat knijpt, die je minachtend catalogiseert bij de sufferds die geen universiteitsdiploma behaald hebben. Ze bundelen hun arrogantie in een alfastraal en blazen je met één ioniserende blik van je sokken.

Het praatje met buurman Antoine ging over dat soort wise guys.

Tot voor enkele jaren werkte Antoine voor een firma die wanden plaatst (akoestische wanden, voorzetwanden, scheidingswanden e.d.) Antoine was een gedreven arbeider. De verstandhouding met zijn chef was optimaal tot een geletterde ingenieur zich tussen Antoine en de chef posteerde.

Het onvermijdelijke gebeurde. Antoine, de man met vele jaren ervaring, wees zijn nieuwe overste terecht. “Sorry, mijnheer, maar die maten kloppen niet, want…”

De pedante guy liet hem niet uitspreken. Hij was immers de man met kennis van zaken, de intellectuele ingenieur. Hij richtte zijn sissende alfastralen op Antoine, schold hem uit voor wijsneus, betweter en meer van dat fraais. Het kwam tot een knetterende woordenwisseling.

De dag nadien kreeg Antoine een schrijven van zijn chef. Hij werd beleefd verzocht om de bevelen van hogerhand kritiekloos uit te voeren, zo niet zouden er sancties volgen. Een kaakslag voor Antoine. Hij die zich meer dan 30 jaar zorgvuldig en gewetensvol voor zijn baas had ingezet. Diep beledigd besloot hij klakkeloos uit te voeren wat de wise guy hem opdroeg.
”Het heeft mijn baas miljoenen Belgische franken gekost,” zei Antoine. “Op de plannen zag ik dikwijls verkeerde afmetingen of foute materialen staan, maar ik vertrok er zonder verpinken mee naar de klant. Als daar dan bleek dat de spullen niet pasten, belde ik naar het werk.”

Antoine’s verhaal is niet enig in zijn soort. Op menige werkvloer loopt een omhooggevallen pedanterik rond die zijn ‘onderdanen’ platwalst met arrogantie en de sfeer op het werk verkloot. Met als gevolg: balende werknemers die geen zin meer hebben om zich met hart en ziel van hun taak kwijten.

Ter bevordering van de sfeer – en bijgevolg ook van de economie – misschien deze spreuk (die madame vroeger boven haar bureau had hangen) ophangen op de werkvloer?

“Veuillez avoir l’obligeance de me parler avec douceur, sans élever le ton et sans me contrarier en aucune manière.”

(Wees zo vriendelijk om me lief aan te spreken, zonder je stem te verheffen en zonder me, hoe dan ook, te ergeren.)

Moederdag

Madame’s contributie ter ontrading van de commerciële cadeautjesjacht ter gelegenheid van Moederdag.

 

Wiskunde

Een kettingmail met een wiskundevraag bereikte madame’s mailbox. (Dank je wel, Simon! ;-) )

Wat is het volgend getal in deze rij ? 1, 2, 6, 42, 1806, ….. ?
Het antwoord op deze vraag geeft je het paswoord om de bijlage te openen.

Madame heeft een onderontwikkeld wiskundeknobbeltje, maar wel een kanjer van een nieuwsgierigheidsknobbel. Ze wou en zou het paswoord kraken om de bijlage te kunnen lezen. Twee minuten later vond ze de oplossing en kon ze de bijlage openen.

”Dit is een kolfje naar mijnheers hand,” dacht ze en forwardde de mail naar zijn e-mailadres. Mijnheer is immers een wiskundecrack. Hij houdt van zulke brainteasers.

Ook hij loste het vraagstuk in slechts twee minuten op.
”Hoe ben je tot die oplossing gekomen?” vroeg madame.
Met veel bravoure legde hij zijn logische redenering uit. “Maar,” zei hij toen, “waarom vraag je dat? Jij had de oplossing toch ook gevonden?”
”Oh ja,” antwoordde madame, “maar ik heb gewoon ‘1, 2, 6, 42, 1806’ bij Google ingegeven en binnen de twee minuten had ik de oplossing.”

Het is niet simpel om de uitgevlogen kinderen en partners voor een verjaardagsfeestje samen te krijgen, ook al probeer je maanden op voorhand een datum te pinnen. Ze hebben allemaal ver vooruit geplande afspraken. De ene verhuisde, de andere had kaarten voor het optreden van Tina Turner, anderen moesten werken of hadden een etentje met vrienden gepland.
Als dan uiteindelijk toch een gemeenschappelijke vrije dag uit de bus valt, blijkt dat er drie verjaardagen kunnen gevierd worden. Een drievoudig feest. Voor dezelfde prijs. Ook een manier om de financiële crisis het hoofd te bieden.

Drie jarigen. De cadeautjes vlogen van hot naar her. Mijnheer, Knoopke en madame waren de gelukkige ontvangers, wat (gespeelde) wrevel opwekte bij degenen die het schouwspel waarnamen en met lege handen bleven zitten.

“Wij zijn voorstander van een gemeenschappelijk verjaardagsfeest” luidde een opmerking. Wat door de niet-jarigen in april en mei enthousiast onthaald werd.

“Met kerstmis een feest en in juni of juli een gemeenschappelijk verjaardagsfeest” klonk het.

“Geen slecht idee,” dacht madame. “Het grote verjaardagsfeest, waarop iedereen zijn/haar verjaardagscadeautje krijgt. Hm… Het overwegen waard.”

Economisch gezien ligt juli best. Solden, remember? :-)

De strijkplank

Mijnheers zus kan goed koken. Helaas is dat haar enige huishoudkunst. Voor alle andere taken of klussen draaien haar handen routinematig naar de buitenkant. Gelukkig heeft ze een poetsvrouw met handen aan haar lijf.
Maar wat als de poetshulp niet kan komen?
Tja, dan moet ze bv. zelf strijken.

Vorige week was het zover. Geen poetsvrouw en een berg strijkgoed. Met de moed der wanhoop stelde Zus (alleenstaande 60plusser) de strijkplank op. Puffend en zwetend streek ze de hemden en werkkledij van haar twee zonen, die sinds mensenheugenis hun was en strijk bij ma binnen gooien. Toen ze de klus geklaard had, voelde ze zich een wrak. Haar nek deed pijn; haar rug knarste. Strijken was nog zwaarder dan ze gedacht had.
Met de laatste kruimeltjes kracht ruimde ze haar strijkateliertje op. Strijkgoed weg, strijkijzer weg… Toen ze de strijkplank vastpakte schrok ze. Die plank kwam omhoog!
Na enig geklungel ontdekte ze dat een strijkplank in verschillende hoogtes kon opgesteld worden. Had ze al die tijd op de laagste stand staan strijken…

Oude deuntjes

De nieuwe promotiespotjes van VLAM (Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing) ter bevordering van het melkverbruik gezien? Madame kijkt telkens op als het deuntje weerklinkt en de oudjes hun dansje inzetten. De verliefde aura die om het seniorenpaar zweemt, ontroert haar keer op keer. En dan die muziek! Zo romantisch!

De oude deuntjes klonken bij madame enigszins vertrouwd in de oren. Toch kon ze er geen titel of uitvoerder onder plakken. Wat haar irriteerde.
Een van de liedjes (zie onderste filmpje) meende ze te herkennen als een tot slow verwerkte charleston uit de tijd van de stomme film. Maar ze kon het niet plaatsen. Google bracht geen soelaas. Want hoe formuleer je zo’n zoekfunctie?Het liedje begint met taararaara taara tataa?

Zet madame voor een onopgelost raadsel en ze wordt ondernemend. Ze activeerde de hersenkwabben van haar lange termijn geheugen en meende uiteindelijk het orkest van Glenn Miller te herkennen. Bijgevolg beluisterde ze op YouTube het hele repertoire van Glenn Miller. “In the mood” kwam er dicht bij, maar was toch niet dat.
Uiteindelijk trok ze haar stoute schoenen aan en stuurde een mailtje naar VLAM, met de vraag of ze de titels van die deuntjes wilden doorspelen. (Om de vraag wat minder onnozel te laten klinken voegde ze er nog een complimentje bij over de prachtige reclamespotjes.)
Ze verwachtte niet echt een antwoord. Wie bij VLAM zou zich bezig houden met het beantwoorden van zulke onbenullige vragen?
En toch. De volgende ochtend, zat er een mail van VLAM in de box.
Tja, we moeten u jammer genoeg teleurstellen want het nummer werd speciaal gecomponeerd voor deze spot.

Geen titels voor de deuntjes. Eigenlijk een tegenvaller voor madame. Toch drinkt ze vanavond, als dank voor het antwoord van VLAM, een kop chocolademelk.

 

Zij: Met madame.
Hij: Met W, de producer van XYZ. Wij hebben de filmpjes bekeken.

Hij: Kan je je in juni, juli en augustus vrij maken?
Zij: Jazeker.

Madame kende Katinka Polderman slechts van een Youtube filmpje. De humor van deze Nederlandse stand-up comédienne sprak haar meteen aan.
In haar nieuwe show kondigde Katinka zichzelf evenwel aan als “de nieuwe Polderman”. En inderdaad, haar humor raakte minder de grens van het grof-komische. Ze hanteert nu een subtielere humor die naadloos overgaat in zowel snedig cynisme (dat geen heilige huisjes schuwt) als in poëtische hoogstandjes. Dat alles doorspekt met geestige liedjes. En ze kan nog verdomd goed zingen ook. Madame genoot het meest van haar woordenkeuze. Zo raak en fijnbesnaard tegelijk. Die jongedame weet perfect hoe een publiek te boeien!

Van haar nieuwe show kon madame geen filmpje vinden. Vandaar hieronder, als smaakmaker, het filmpje van madame’s eerste kennismaking met Katinka Polderman.

Oudere Berichten »